Yoricks dagboek deel 10: Azoren - Thuis

vrijdag 11 augustus 2006
Back to reality. De regen laat ons weer glashard weten dat we weer in Nederland zijn. Met dit weer willen we de kant niet op en dus gaan Miklós en ik bij de Jan Steen aan boord zitten. We wisselen een heleboel verhalen uit en een tijdje later begonnen we aan een film. Dit was American Pie: The wedding, de film welke we al met de Belgen in Nieuwpoort bekeken hadden. Na de film brachten we Niels en Sandra weg, die alvast naar huis gingen, in verband met een festival waar Niels geloof ik morgen naar toe gaat. Terug op de boot gingen we verder met film twee, ‘Goal.’ Een film over een jongen die voetbalcarrière maakt, erg leuk. De ouders waren al de kant op om wat rond te lopen en wat te drinken. Zij wilden uit eten in een visrestaurant op de haven, maar dat zagen de jong volwassenen niet zo zitten en dus gingen wij met z’n vijfen ergens anders eten. Met Mieke, Miklós, Gale en Donna liep ik naar het gebied om het Kurhaus en kwamen in de Mac Donald’s in de bioscoop. Na het eten wilden we nog wel een filmpje pakken, maar er was niet veel boeiends en bovendien begon het allemaal te laat. Dan maar terug naar de boot, waar we op de Jan Steen de dansfilm ‘Honey’ keken. Een erg grappige en leuke film. Na de film was het al wat laat en dus gingen we naar bed. Morgen komen we aan in IJmuiden! Ciao!

donderdag 10 augustus 2006
Om 06:00 wordt ik gewekt door Nico, het is tijd om te gaan. Binnen twintig minuten varen we buiten de pieren van Oostende en het is erg onrustig. Ik wordt binnen een uur misselijk en duik mijn kooi in. Ik slaap wat en knap een beetje op, maar zodra ik opsta komt het meteen weer terug. Ik ben dus gedwongen om de hele tocht in mijn kooi te blijven. Zelfs Wilma schijnt misselijk op bed te hebben gelegen en ze is nooit misselijk. Pas als we nog een ruim uur te gaan hebben ga ik naar buiten. We lopen gemiddeld negen, tien knopen, maar wel met twee knopen stroom mee. Het gaat dus verschrikkelijk hard. Maximaal werd er 11,5 knopen gehaald. Veel eerder dan verwacht kwamen we aan in Scheveningen, wat voor mijn gevoel niet is veranderd. Tussen de pieren maakte we nog een leuke schuiver. Er kwam een grote golf dwars op de boot en tilde hem bijna op helemaal op zijn kant. Nico kon zich nog maar niet vasthouden aan het roer en gaf snel gas bij, anders konden we wel een omgerold worden. Het moest vast een spectaculair gezicht zijn voor de mensen op de pier. Terwijl we naar binnen voeren riep Wilma de havenmeester op. We kregen een plek toegewezen. Eenmaal tussen de steigers doorvarend riep een hulphavenmeester ‘jullie kunnen langs deze kade een boot op lengte uitzoeken en ernaast gaan liggen.’ Nico antwoorde ‘we hebben al een plek aangewezen gekregen van de havenmeester.’ ‘Hebben jullie hem gezien dan?’ Ik roep ‘marifoon!’ en ik hoor een zacht ‘ow.’ Daar had ze even niet aan gedacht. Ik vond het wel grappig, een hulphavenmeester die niet of weinig verstand heeft van boten. Wij leggen hem tegen een Belg aan en liggen als vierde boot. Al snel is het een beetje verkennen. Het leuke is dat de Jan Steen met de familie Zwart/Meerding vanavond ook naar Scheveningen komt. Deze boot ging in 2002/2003 en vormde onder andere de bron van inspiratie voor onze reis. Wij zijn nog bij hen langs geweest op St. Lucia en Anja en Jan zijn bij ons langs geweest op Guadelouppe. De kinderen Niels, Mieke en Gale zijn niet langs geweest, dus het is erg leuk ze nu weer te zien. Het gaat nog wel tot vanavond duren, want zij moesten van het Grevelingenmeer komen en een aantal sluizen door. Wij kunnen dus rustig even onze gang gaan. Ik ga even douchen en verslagen maken. Als ik klaar ben komen ze binnenvaren. Ze hebben ook de vriendin van Niels Sandra, een vriendin van Gale Donna en hun nieuwe hond Chica die we nog niet gezien hebben aan boord. Het is dus een drukte van belang. Na een tijdje op het dek gepraat te hebben, gaan de ouders bij ons aan boord en de jong volwassenen op de Jan Steen. We spreken over van alles en nog wat tot ik met het idee kom om nog even de kant op te gaan. Met de hele groep lopen we richting het Kurhaus en het Circustheater. Eerst komen we een klein barretje tege met de naam Willy’s. Daar drinken we gezellig wat. Als de boel sluit kijken we nog even in de buurt van het Kurhaus rond, maar er is niet veel open. We hebben honger en gelukkig is de New York Pizza nog open. Een grote pizza wordt aangesleept en smaakt aardig. Voor de rest is het allemaal dicht, maar het is ook wat laat en gewoon donderdag. Terug op de boot gaan Niels en Sandra slapen, want die gaan morgen per trein naar huis. Gale en Donna volgen. Met Miklós en Mieke ga ik nog even op zoek naar het strand. Ik voorspelde al dat je er vlakbij de haven niet opkomt, maar toch gaan we het proberen. Ik had hartstikke gelijk, je kon er niet op omdat er een groot industrieterrein voorstond en dat was met hekken omringd. Zij wilden naar de andere kant lopen, maar daar had ik geen zin in en ging dus naar de boot. Zij wilden desnoods helemaal teruglopen naar het Kurhaus om daar naar het strand te gaan. Ik wenste ze veel succes. Toen ik in mijn bed lag kwam het ineens met bakken uit de lucht. Lachend viel ik in slaap, denkend aan Miklós en Mieke die zeiknat regenen. Ciao!

woensdag 9 augustus 2006
Om een uur of tien gooien we de trossen los. Voordat we naar buiten varen gaan we eerst nog even langs de Belgen om even afscheid te nemen. Als we richting de pieren varen, wachten er aardig wat boten om naar buiten te gaan. Er kwam namelijk een klein bootje de haven binnen en de havendienst vond het nodig om het licht daarvoor op rood te zetten, terwijl dat totaal overbodig was. Eenmaal op groen voeren er een stuk of tien boten met ons mee naar buiten, waarvan een groot deel net als wij richting Oostende voeren, wat tien mijl verderop ligt. Met z’n vijfen rondden we de pier, wat een beetje scherp moet, omdat er even verderop banken liggen. Iedereen let op de zeilen die massaal omhoog gaan en op de andere boten. Geen van de boten ziet dat er vissers op de pier staan. Normaal halen ze dan ook hun lijnen even binnen en dat leek ons achteraf ook normaal, aangezien er tien boten naar buiten kwamen. Maar zij reageerden te laat, wij rondden misschien wat krap, maar de lijnen lagen erg ver uit, wat ook niet normaal is. Dus kwam één van de lijnen strak te staan en huppa, daar ging de hengel de railing over. Het is nog een wonder dat de boot die nog tussen ons en de pier invoer niks meenam. De mannen schreeuwden naar ons dat we de hengel moesten pakken en die aangeven. Maar deze met recht domme Belgen hadden niet nagedacht. Als wij terug zouden varen zouden de golven ons op de pier slaan en onze boot is toch even wat waardevoller dan zo’n hengeltje. Wij varen dus door, pech voor de visser, hij heeft er toch nog een paar uithangen. We gaan ontzettend hard, met gemiddeld bijna acht knopen. Daardoor zijn we er ook een stuk sneller dan verwacht.Een half uurtje voor de haven roept een vrouw helemaal in paniek op, op kanaal 16. Kustwacht Oostende neemt op en vraagt wat er aan de hand is. Ze verteld dat haar man ineens instortte en nu bewegingsloos op de vloer ligt. Ook reageert hij nergens meer op. Een militaire dokter sprak op een ander kanaal met haar verder om vast te stellen wat er aan de hand kon zijn. Dit konden we helaas niet volgen en we vragen ons af of ze elkaar wel gesproken hebben aangezien we niks meer hoorden. Wel zagen we toen we tussen de pieren van Oostende voeren een enorme militaire helikopter achter ons langsscheuren. Een man die anderhalve mijl van de boot in nood voor anker ligt vraagt de kustwacht of hij er met zijn dinghy heen mag om hulp te verlenen. De kustwacht geeft toestemming en eenmaal op de boot neemt de man het marifooncontact met de kustwacht over. In de haven luisteren we nog even uit, maar horen niks meer, nadat haven Zeebrugge, de kustwacht van Oostende bedankt voor de snelle actie. We hopen dus dat het goed is afgelopen, hoewel we niks meer hoorden over een snelle overdracht naar het ziekenhuis. Het zou je maar overkomen, dachten we. Wij zijn dan nog met z’n vieren, maar die vrouw moest het allemaal alleen doen. De man in de gaten houden, hulp inroepen en de zeilboot onder controle houden,we hadden het erg met haar te doen. Op de plek waar we een jaar geleden ook lagen, leggen we hem weer neer. De havenmeester komt gelijk even langs, dus dat is ook weer geregeld. Miklós duikt achter de computer en ik ga met Nico en Wilma de stad in. Na lekker shoppen en een drankje op het terras keren we terug naar de boot. Ik heb weer een nieuwe broek en een nieuw T-shirt erbij, dus weer een geslaagde middag. Terug op de boot ga ik even achter de computer. Nico en Wilma gaan nog een keer de stad in om nog even gezellig wat te drinken. Om 19:15 hadden we afgesproken op het grote plein in de stad, waar Miklós en ik iets later aankwamen dan gepland. Ik was de schuldige, want ik wilde even wat nette kleren aandoen. In de Caribbean maakt dat namelijk allemaal niet zo uit, maar in Europa gaan we tiptop gekleed de stad in, best raar eigenlijk als ik er zo over nadenk. Zelfs voor de vijftig meter naar de supermarkt gaan we ons helemaal uitdossen, waardoor dat uiteindelijk langer duurt dan de boodschappen zelf. Ik geef toch de voorkeur aan een slippers-kortebroek-outfit, dan sta je binnen vijf minuten op de kant, nu doe je er al zo lang over om wat kleren bij elkaar te zoeken. Op het plein treffen we Wilma. Nico is alvast gaan zitten, zodat we nog een tafeltje konden krijgen. We eten bij hetzelfde restaurant als vorig jaar, namelijk Café d’Ostend. Het is nog steeds zo stijlvol met mooie schilderijen aan de muur en de geweldige bediening. Dezelfde wat oudere man bedient ons weer en is nog steeds een hele goede ober. Hij weet precies hoe het hoort. Ook leuk is de livemuziek, bestaand uit een viool en een keyboard. Helaas is het een elektrische viool, want het klinkt heel erg opgenomen, hoewel de man erg goed kan spelen. Na het eten splitsen we weer op. Miklós en ik halen een ijsje bij de Mac en gaan terug aan boord, nog even internetten. Ciao! 

dinsdag 8 augustus 2006
Tegen het middaguur ga ik met Miklós de stad in. Daarvoor kunnen we fietsen lenen van de haven. Miklós wil naar de kapper dus die gaan we zoeken. We vinden er al snel een, maar die ziet er nogal duur uit. Dus kijken we even verder en na weer tien minuutjes vinden we iets, wat er veel goedkoper uitziet. Het gaat niet op afspraak op deze dag, krijgen we van de kapper te horen. Het is gewoon wachten tot je aan de beurt bent. Er zijn er nog twee voor Miklós en ik heb geen zin om daarop te wachten. Ik ga met een deel van het geld weer op stap om een ijsje te zoeken. De bekende ijstent waar de Belgen ons over vertelden kan ik niet vinden, dus dan maar even iets eenvoudigs bij de snackbar. Het dorpje is niet erg spannend. Er zijn een paar winkels hier en daar verspreid, maar het ziet er niet bijzonder uit. Leuker is het plein met restaurantjes en een enorme kerk. Ik ben dus al snel uitgekeken en fiets terug naar de haven, waar ik de fiets weer inlever. Daar blijkt dat de fiets alleen het eerste uur gratis is, daarna een euro per uur. Ik ben dus op tijd, maar het is de vraag of Miklós dat ook is, zeker aangezien we dachten dat de fietsen helemaal gratis waren. Op de boot ga ik even proberen te internetten, maar dat lukt niet erg. Maar met verslagen maken en een beetje filmkijken kom ik een tijdje door. Miklós komt weer terug en ik vertel hem dat hij z’n fiets maar snel moet wegbrengen. Even later komt Naomi aan boord en heeft haar vriendin Nina meegenomen die wij voor het laatst op Gomera (Canarische Eilanden) gezien hebben, toen ze bij hen op de boot logeerde. Erg leuk om haar ook weer eens te zien. Ook hebben ze het hondje van de havenmeester meegenomen, waar ze een beetje mee dollen. Ook wisselden we wat DVD’s uit. Hun vriend Eric had Pirates of the Caribbean II voor ons gebrand en wij bezorgen hun een kopie van de film Save the last dance. Zo hebben we beiden weer een leuke nieuwe film in handen. Tegen vijfen komt Marjan op de borrel. Naomi, Florian, Eric en Nina zien we vanavond en dus gaan Mikós en ik even de nieuwe film bekijken. We kijken hem niet helemaal af, we gaan namelijk uit eten. Nu gaan we naar het restaurant op de haven van de Belgen. Als we binnenstappen ziet het er net zo netjes uit als die op onze haven, maar het is er wel drukker. De bediening heeft even tijd nodig voor ze ons voor een tweede komen opzoeken. Er is dan ook maar één iemand voor een stuk of tien tafels. Het eten is wel aardig, maar niet erg veel. Het andere restaurant vond ik een stuk beter. Het eten was nog lekkerder en de bediening veel attenter. Na het eten ga ik naar de Nuvola, met de DVD American Pie: The wedding onder mijn arm. Op de willen Nina en Naomi Miklós gaan halen. Dit duurt wel even dus ga ik alvast met Florian en Eric kaarten en het bonusgedeelte van de film bekijken. Als de dames eindelijk terug zijn moeten we nog wachten, want Miklós komt lopend, terwijl zij op de fiets waren. Als ook Miklós er uiteindelijk is kunnen we met de film beginnen. Voor het einde van de film gaat Miklós gezellig weer weg, om weer op de boot achter de computer te kruipen. Ik snap niet waarom, maar bemoei me er ook niet mee. Met de rest kijken we de film wel af, die echt heel erg leuk is. Als hij afgelopen is, is het al een uur of één geweest en dus is het tijd om terug te gaan naar de boot. Het is een stukje lopen en dus ga ik joggen om een beetje tempo erin te houden. Dit houd ik tot even over de helft vol, daarna laat mijn conditie het afweten. Daar moet in Nederland dus weer flink aan gewerkt worden. Ciao!

maandag 7 augustus 2006
Mijn wacht met Wilma verliep erg rustig. Een deel voeren we nog langs de Franse kust, maar dat ging al snel over in België waar zware industrieluchten onze neus binnendrongen. Wel gaf het een mooi beeld, door de vele lichtjes en uit de fabriekspijpen kwamen vlammen, wat er ’s nachts natuurlijk extra mooi uitziet. Het enige verkeer waar wij met te maken kregen was een ferry die achterlangs Duinkerken binnenvoer en twee kleine zeilbootjes. Wilma zag er even nog een, maar was die ineens kwijt, dat is ook niet zo gek voor een auto die op de kant rijdt. De tijd doden we met praten en muziek luisteren en ik probeer nog een beetje te fotograveren. De wacht duurde voor mijn gevoel niet eens zo heel lang, hoewel het toch vijf uur was. Maar ik was toch wel blij toen ik mijn bed weer kon opzoeken. Eigenlijk zou ik nog van 09:00 tot 12:00 wacht hebben, maar aangezien we half tien, tien uur al aankwamen hebben Nico en Miklós mij en Wilma laten slapen. Ik sliep dus rustig uit tot een uur of tien. De eerste paar uur bleven we vooral aan boord. Pas in de middag ging ik met Nico en Wilma op stap en bleef Miklós op de computer zitten. Onze Belgische vrienden lagen in de andere haven, die hier vlabij is, zijn we via de mail te weten gekomen en dus gaan we ze even opzoeken. Daarvoor moeten we wel een stuk om de hele haven heenlopen en dat terwijl het heel irritant licht regent. Daarna is het even zoeken naar de boot, want er ligt wel een catamaran, maar die lijkt ons groter dan de Nuvola. Ik herken toch een aantal dingen aan de boot en Nico regelt een kaartje voor de toegangspoort. Het blijkt hem inderdaad te zijn en zo ontmoeten we ze weer sinds Horta, Azoren. Vader Vincent is er helaas niet bij, die werkt alweer in Brussel en is er alleen in het weekend. Eric een vriend van hun is er ook, die voor hun op afstand de site heeft bijgewerkt. We zitten een tijdje bij ze aan boord en drinken thee met een plak zelfgebakken cake ernaast, wat heerlijk smaakt. Als het toch echt tegen etenstijd aanloopt vertrekken we weer en drinken nog even snel een biertje in de bar op onze haven. Ze hebben ook bitterballen, maar hoe erg ik ook zeur, Nico en Wilma willen ze niet bestellen. De Hollandse glorie moet nog even wachten. We besluiten gelijk even te reserveren voor het restaurant, maar bij de bar blijkt dat dat niet kan, omdat het op zichzelf staat. Dus gaan we nadat we Miklós hebben opgehaald naar het restaurant, waar ze gelukkig gewoon een plaatsje voor ons hebben. Het ziet er best netjes uit voor een havenrestaurant. Het eten is dan ook heel erg goed en het is gezellig. Na het eten keren we gewoon weer terug naar de boot, vermaken ons nog een beetje met van alles en duiken te bed. Morgen maar even het stadje van Nieuwpoort verkennen. Ciao!

zondag 6 augustus
Voordat we verder gaan naar Eastborne, wat twintig mijl verderop ligt, ga ik eerst nog even shoppen met Wilma en Miklós. Op de haven houden ze uitverkoop had Wilma gister gezien en dus gaan we even kijken of er wat leuks te halen valt. Uiteindelijk komen we met slechts een riem voor Miklós terug, maar het was het proberen waard. Als we uitvaren waait het nauwelijks en dus gaat de motor aan. Als we in de kuip de tijd doden met een gesprek over van alles en nog wat, komt Nico met een windvoorspelling die west geeft voor de komende dagen. Half wordt er gegrapt of we niet in één keer naar België kunnen varen en even later wordt de koers op België gezet. Nieuwpoort wordt onze nieuwe bestemming. Ik had liever nog even bij Engeland rondgehangen, maar ik was de enige met die wens en dus had ik weinig keus. België is alweer zo dichtbij vind ik en dat heb ik wel gezien, in tegenstelling tot Engeland. Maar we varen naar waar de wind ons heen blaast en in dit geval dus België. Hoewel er niet veel wind voorspelt wordt, wat ik nog tegenwerp, willen de anderen desnoods motorend ernaartoe. Ik leg me erbij neer en dus bespreken we een wachtsysteem. Dit gaat niet zo gemakkelijk als altijd, omdat vooral Miklós nergens mee instemt. Uiteindelijk denk ik een nieuw wachtsysteem uit. Dit houdt dubbele wachten in, dus met z’n tweeën. Elk team heeft in totaal 8 uur wacht, verdeelt in één wacht van 5 uur en één van 3 uur. Dit is een compromis tussen niet te lange wachten en toch een beetje lang te kunnen slapen. Ik besluit met Wilma wacht te gaan lopen. Nico en Miklós pakken de eerste 5-uurs wacht op van 20:00 tot 01:00, waarna Wilma en ik het overnemen, dus van 01:00 tot 06:00. Daarna nemen Nico en Miklós het weer drie uur lang over van 06:00 tot 09:00 en daarna hebben Wilma en ik als laatste wacht van 09:00 tot 12:00. In de laatste wacht verwachten we aan te komen. Zo wordt het afgesproken, waarna we nadenken over het eten. Ik stel een maaltijd voor van aardappelpuree, met een gehaktbal en sperziebonen, waar Wilma mee instemt. Dit is een van de minst erg denkbare blikmaaltijden. Na het eten besluit ik te gaan slapen, want mijn wacht begint al over een paar uur. Ciao!

zaterdag 5 augustus 2006
In de ochtend stappen we van de boot af voor een dagje Brighton. We hebben geen zin om helemaal naar de pier te lopen, waar het leuke deel van de stad begint en dus houden we een taxi aan. Bij de pier stappen we weer uit en horen luide muziek. Meteen weten we dat het van de Gay Parade moet komen. Als we 500 meter de stad inlopen staan we bij de dranghekken van de parade. Op enorme vrachtwagens met podium staan een zootje dansende homo’s, travestieten en lesiennes. Wat een apart gezelschap zullen we maar zeggen. Sommigen rijden op kleinere pick-ups of lopen in Egyptisch kostuum, begeleid door twee travestieten als toewaaiers. De meest rare figuren komen voorbij en wij kijken onze ogen uit. Ook valt ons de aparte Britse vlag op. De vlag met diagonale strepen heeft normaal blauwe vlakken, maar hier zijn ze felroze en ze hangen overal. Ook regenboogvlaggen worden overal uitgehangen. Na een kwartiertje naar het grootste homogezelschap uit ons leven te hebben gekeken, lopen we weer verder. Een tijdje lang gaat het winkeltje in, winkeltje uit, zonder resultaat. Zo’n grote stad en toch zo weinig mooie kleren. Miklós vind uiteindelijk wel een vest en een T-shirt, maar verder is er weinig dat onze aandacht trekt. Tussen het winkelen door aten en dronken we nog wat bij een klein tentje. Ze hadden er tientallen verschillende smaken chocolademelk en milkshakes. Ik hield het simpel met een aardbeienmilkshake. Mijn broodje Italiaanse kip was niet fantastisch maar wat de rest had was wel lekker. Aan het eind van het shopgeweld kwamen we in een pub terecht, waar Nico en Wilma de eerste middag in Brighton al geweest waren. Daar serveerden ze namelijk Kronenbourg Blanc, wat we wel lekker bier vinden en wat ze nog bijna nergens hebben. Op het pleintje voor de pub zingt een man, maar dat vond ik niet zo indrukwekkend. Zijn vrouw was daarentegen wel indrukwekkend. Uit een klein maar erg rond vrouwtje kwam een operastem waar je U tegen zegt. Het is niet mijn stijl muziek maar het is al veel mooier dan de verschrikkelijk krijsende folkloremutsen van Portugal. Dit kon je nog muziek noemen. Als het tweede biertje ook op is gaan we terug naar de Marina. Daar staat de 24-uurs supermarkt al op ons te wachten. Het is de eerste 24-uurs supermarkt die we ooit hebben gezien en vragen ons ook af of de nachtelijke uurtjes wel rendabel zijn. Ons komt het in ieder geval wel goed uit, want het scheelt veel gehaast. Op de boot besluiten we dat we ons in de avond opsplitsen. Nico en Wilma gaan met z’n tweeën uit eten en Miklós en ik gaan andere leuke dingen doen. Wij wilden namelijk gaan bowlen bij het enorme centrum dat tussen de Mac Donald’s en de Pizza Hut inligt. Vanmiddag waren we al even gaan informeren. Het kost zo’n €7,50 p.p. en dat voor één spel met 10 keer gooien, wat zo’n 20 min duurt. Het is dus wat duur, maar het lijkt ons toch wel leuk om weer eens te doen. Voor we naar het centrum toe gaan eten we eerst heerlijk bij de Mac. Vol verwachtingen lopen we naar het bowlingcentrum. Daar staan twee halfgare klerekasten voor de deur, waarvan één klerekast naar onze ID’s vraagt. ‘Sorry?’ antwoorden wij. We moeten achttien zijn en legetimatie bij ons hebben OM EEN BOWLINGBAAN OP TE MOGEN! En waarom vraag ik en het antwoord is dat er alcohol geschonken wordt binnen. Ik vraag of ze dan niet bij de bar controleren. Dat doen ze wel, maar wij moeten ook controleren zegt de man. Oftewel: we zijn hier totaal overbodig, we vervelen ons en daarom gaan we maar twee jongens lastigvallen die gezellig willen gaan bowlen. Pissed lopen we weg. Dan komen we op het idee Miklós’ ID te halen en dan kan hij mij supervisen, want hij is immers een volwassene. Als we naar de boot lopen en weer terug toont Miklós zijn paspoort. Dan vraagt hij naar de mijne, maar ik ben toch geen achttien dus die hadden we niet meegenomen. Maar Miklós is volwassen en mag mij dan toch supervisen? Nee zegt de andere leeghoofdige klerenkast, ‘het moet een ouder zijn, of een toeziend voogd,’ voor zover ik het kan vertalen. Ik had wel zin om hun allebei een roei voor hun hoofd te geven, maar aangezien het de jongen op de pier niet goed afging, moesten we het maar laten hea. We vinden het vreselijk kinderachtig en kankeren uitgebreidt over het zielige beleidt van deze bowlingbaan. Wat een afknapper als je nog niet zo lang geleden uit de Caribbean komt, waar dit soort vragen niet eens in hun opkomen. Dan stel ik voor om naar de bioscoop te gaan, maar Miklós heeft daar geen zin in. Als compromis kopen we drie DVD’s bij de ASDA. Toch wel handig zo’n 24-uurs supermarkt. Op de boot kijken we 2 Fast 2 Furious, wat een zeer leuke film is en onze dag weer een beetje goed maakt. Na de film gaan we lekker pitten. Ciao!

vrijdag 4 augustus 2006
Een langere tocht staat ons vandaag te wachten en wel naar Brighton, waar we, zo wordt mij verteld, eerde zijn geweest. Dat is wel zo’n tien jaar geleden, maar je weet maar nooit wat ik me nog herinner als zes jarig Yorickje. Echt veel haast maken we niet, hoewel het toch nog zo’n ruime 40 mijl is. We moeten namelijk door een stuk wat Nico en Wilma “de bulderbaan” noemen. Dit gedeelte lijkt heel groot, maar door rotsen onderwater is het eigenlijk maar een klein vaarwater en daar kan het verschrikkelijk hard stromen. Als je er niet op het juiste moment bent dan kan je wel “even Apeldoorn bellen.” Rustig aan worden de watertanks nog even gevuld, de afwas gedaan en toch nog even geïnternet wat het nu wel doet. Ik wordt dan ook wakker met de mededeling dat ik erbij mag, dat heb ik dit jaar nog niet meegemaakt. Miklós is hier niet blij mee, want die probeerde gister tevergeefs twee uur lang op internet te komen, maar ik ben onschuldig, Nico had het voor mij geregeld. Nog geen half uurtje zit ik erop, waarna we gaan ontbijten. Miklós is al wat vrolijker als hij er na het ontbijt bij mag tot we weggaan. Ik berg met Nico de rubberboot op en vul dus de watertanks. Dan varen we uit. Het eerst gedeelte blijf ik wat lezen, maar als ik later me moe voel ga ik even slapen. Als ik weer wakker wordt is het half zes zie ik op mijn horloge. Het is nog maar twee mijl naar de ingang zegt Nico en dus ga ik naar buiten. Ik kijk uit over de enorm uitgestrekte stad. Een punt van herkenning is de enorme kermispier, die je niet bepaald kan missen. Destijds zijn we daar overheen gewandeld, nouwja over de vorige dan, die van ons is in de tussentijd afgebrand, maar de nieuwe ziet er goed uit. Een tijdje proberen we Brighton Harbour Control op te roepen, maar we krijgen eerst een vage en daarna geen reactie. In de haven dobberen we even, waarna we een havenbootje aanhouden. Die zegt dat we maar op kanaal 37 moeten oproepen, dus dat doen we, geen reactie. Dan leggen we hem aan de meldsteiger en gaan Nico en ik even informeren. Ze hebben ons niet gehoord zegt de havenmeester, hoewel ze kanaal 16 en 37 constant uitluisteren, welke we beiden geprobeerd hebben. Gelukkig kunnen we nu wel een plek krijgen, waar we meteen heenvaren. Miklós en ik gaan even snel het haventerrein verkennen, maar ik herken nog niet veel. Als we terugkomen is precies het eten klaar. Na het eten mogen Miklós en ik afwassen, terwijl Nico en Wilma een rondje gaan lopen. Als we klaar zijn gaan ook wij even kijken wat er verder is. Al snel lopen we de haven af. Op een gloednieuwe boulevard lopen we, kijkend naar de vele restaurantjes. De Mac Donald’s hadden we al gezien en dus halen we daar een ijsje als toetje. Ook is hier een bioscoop, waar onder andere Pirates of the Caribbean deel twee draait, de film waarvan we op de set zijn geweest in Walilabou op St. Vincent. Ernaast ligt het enorme kiezelstrand, waar we langslopen, richting de grote pier. Miklós heeft last van z’n teen en dus wil hij in eerste instantie niet helemaal naar de pier lopen, maar ik weet hem over te halen. Het is best een stukje lopen, maar we hebben toch niks beters te doen en het is een mooie avond. Als we dan eindelijk bij de pier aankomen, krijgen we weer een stadsgevoel. Veel mensen, veel knipperlichtjes en lawaai. Er staan veel eettentjes op de pier. In het midden staat een grote hal, net als in Weymouth vol met geldmachines en andere kermistoestellen. Dit staat er net als in Weymouth waarschijnlijk het hele jaar door, blijkbaar houden die Britten wel van dit soort dingen, want ik kan met dit niet in Nederland indenken. Aan het einde van de pier staat de kermis, met een paar achtbaan achtige attracties en verder de normale actracties als botsauto’s en zo. Als we teruglopen naar de ingang horen we wat geschreeuw. Een groep jongeren van onze leeftijd heeft ruzie met twee bewakers, maar waarom is ons niet helemaal duidelijk. Miklós dacht te zien dat ze een automaat aan het slopen waren. Twee meisjes schreeuwen verschrikkelijk irritant tegen de ruim twee meter grote en brede neger, die blijkbaar wel wat gewend is. Ervoor had de bewaker namelijk de armen van één van de jongens vastgepakt. Hij had er één los weten te rukken en ramde daarmee zo hard als hij kon op de borst van de bewaker. Toen ik het zag gebeuren dacht ik al ‘hoe dom kan je zijn!’ Die gedachte was zeker niet misplaatst want de bewaker maaide met volle kracht zijn vuist in op de jongen, die het daarna wel voor gezien had. Dat moet zeker flinke hoofdpijn opleveren, maar terecht vinden wij. De tweede bewaker hoeft er al niet meer aan te pas te komen, want de grote bereneger stuurt ze al weg. ‘We zijn weer in de stad,’ denken we maar. De vredige dorpjes op de Scilly’s zijn er niks bij. Terug lopen we via het hoge gedeelte, waar de stad begint. Vanaf het water gezien heb je eerst het strand, dan een weg waar we over naar de pier liepen, dan een enorme krijtrots van naar schatting 40 meter hoog, dan weer een weg en daarna begint de echte stad. Over het hoge gedeelte lopen we weer terug, waarna we via een trap weer op het lage gedeelte terecht komen, waar de Marina is. Terug op de boot zijn Nico en Wilma er niet eens. Wij vermoeden dat ze naar de bioscoop zijn, maar dat blijkt niet waar te zijn als ze een half uurtje later terug zijn. Ze zijn zelfs nog verder gelopen dan wij. Tot de pier en dat de stad in waar ze wat gedronken hebben. Dit hadden we niet verwacht aangezien Wilma last had van haar knieën. Dat heeft ze nu ook wel, inclusief blaren, maar het gaat wel over zegt ze. Het viel Nico en Wilma ook al op dat er veel homo’s en lesbiennes rondliepen in de stad, maar dat wordt verklaard door de Gay Parade van morgen. Zij hoorden dat van twee andere mensen waarmee ze wat dronken. Er wonen zelfs zo’n 10.000 homo’s in Brighton vertelden ze. Met een rummetje en een zak chips kijken Miklós en ik een stuk van de film Spartan, die we eerder dit jaar al eens gezien hebben. Als we stoppen ga ik even verslagen schrijven en zometeen ga ik lekker naar bed. Morgen blijven we liggen en gaan we de stad verkennen. Ciao!

donderdag 3 augustus 2006
De volgende haven werd Hamble, maar we hadden geen haast en het is nog geen tien mijl ver. Daarom gaan Nico en Wilma ’s ochtends wandelen en gaan Miklós en ik nog even voetballen. Nico had een voetbalkooi gezien zij hij, maar toen wij daar aankwamen bleek het een skatebaan te zijn. Het enorme veld waar we overheen liepen om er te komen was wel ooit een voetbalveld, de lijnen staan er nog vaag op en de doelpaalgaten zitten er nog in. Helaas waren ook de doeltjes al weg. Op de skatebaan hebben we een beetje in de rondte geschoten, tot het tijd was om terug te gaan. Nog even maakten we gebruik van de douches en daarna klommen we aan boord om ons klaar te maken voor de tocht. Onze buren waren niet van die ervaren mensen en dus ging het niet helemaal goed bij het weggaan. Wij lagen aan de steiger en zij naast ons. Als je het goed doet kunnen zij zonder de motor te starten aan de steiger gaan liggen. Wilma had al gevraagd of ze weg wilden varen en opnieuw wilden aanleggen of dat ze de boot met touwen naar de kant zouden trekken. Ze kozen voor het tweede. Zij hadden een lange voorlijn op de kant vastgemaakt, wat zo hoort, maar geen achterlijn. Wij voeren dus ertussenuit en vervolgens drijven ze rustig naar de kant, maar raken wel met de punt de steiger. Normaal gooi je ook nog een achterlijn op de wal en staan er twee mensen klaar die de boot rustig naar de wal trekken, maar dit trucje kenden ze blijkbaar nog niet. Door het drukke wedstrijdveld voeren we naar Hamble, een klein dorpje bij Southhampton in een vertakking van de grote rivier. Er lagen nog aardig wat Marina’s voor een kleine aftakking en wij kozen er maar een uit. We riepen ze op en kregen onze plek toegewezen. Toen we lagen gingen Miklós en ik even de kant verkennen. De douches zagen er goed uit zagen we, alleen het dorp was iets verderop, dus dat moest zometeen maar. Even werd er wat geprobeerd met internet, waarna we met z’n vieren naar het dorp liepen. Bij een klein supermarktje deden we boodschappen, die Miklós en ik natuurlijk even naar de boot mochten brengen. Terug “in town” vonden we Nico en Wilma op een terrasje en dronken gezellig een biertje bij The Bugle (de bugel). Hierna splitsten we op. We zouden uit eten gaan, maar het was nog vroeg en dus wilden Miklós en ik eerst wel even poolen. Ik informeerde even bij de barman die verwees naar een café dat “Jarria” moest heten. Het was een stukje lopen zei hij, maar we hadden toch de tijd. Na de voorspelde tien minuten lopen kwamen we voor ons gevoel nog nergens uit en daarom ging ik het maar even vragen. De twee oudere dames vertelden ons dat het “Harria” moest heten en dat het de andere kant uit was. Een man van een van de vrouwen kwam nog naar buiten en opperde nog wat over de route. De vrouw corrigeerde hem omdat het niet helemaal klopte en de man reageerde ‘I’m getting old and confused.’ Wij hadden er wel lol om en liepen verder. Na weer een kwartier lopen ging ik nog even informeren. Nu was het niet zo ver meer zei de man. Even later vonden we een gebouw wat op een bar leek. Het heette voor zover wij konden zien geen “Harria,” maar er stond wel een pooltafel binnen. Wij gingen er maar vanuit dat dit het was. Helaas was het dicht, dus gingen we maar terug, aangezien we geen zin hadden om nog verder te lopen. Na weer een twintig minuten teruglopen waren we weer op de haven en waren we nog niks verder. De wandeling in de zon was niet verkeerd, maar dat de bar nou precies vandaag dicht is, dat is wat flauw. Op de boot werd weer even wat met het internet geprobeerd en omgekleed. Vesten waren niet nodig, want het was nog steeds erg warm, zeker voor Engelse begrippen. Een Italiaans restaurant naast het supermarktje trok onze aandacht wel, dus daar stapten we binnen. De bediening was er goed, net als het eten. Nico en Wilma waren erg negatief over eten in Engeland, maar die hebben hun mening herzien. Ik vind het zelfs vele malen beter dan al dat Franse gestokbrood, maar ik heb nog niet veel medestanders gevonden. Terug op de haven gaan Miklós en ik even douchen. De douches blijken nog beter dan we hadden ingeschat. Dit zijn zeker de beste die we ooit in havens gezien hebben. Het ziet er dan ook niet oud uit. Op de boot wordt er nog wat gecomputerd, waarna we te bed duiken. Ciao!

woensdag 2 augustus 2006
Voordat we vertrekken hebben we een leuk gesprek met de binnenste boot van onze rij. Deze mensen hebben ook wel wereldreiswensen en vragen er veel over. Na een tijdje met ze gesproken te hebben wensen we elkaar nog een fijne dag en dan vertrekken we. De tocht gaat naar Cowes, waar de Cowes Week in volle gang is. Dat merken we al snel. Het is maar negen mijl van Yarmouth tot de ingang van de rivier waar Cowes aan ligt. Er varen ongelooflijk veel boten op een relatief klein stukje water. Ik ga bij de mast staan en weet niet waar ik moet kijken. Er varen kleine bootjes, waar toeristen net als wij tussendoor proberen te komen, er varen grotere boten op zeil, allemaal in de race, dan nog de klassiekere schepen, waar misschien wat comitéleden op zitten, dan nog ontzettend veel grote speedboten met toeschouwers, een paar enorme ferry’s, iets kleinere boten met nog meer comitéleden en dan kleinere dingy’s met hier en daar een fotograaf die overal tussendoor racen. Een mierennest is er niks bij. Ik geniet bij het zien van deze chaos. Vooral de kleine bootjes die net gestart zijn, varen erg dicht bij elkaar en hier en daar wordt op het laatste moment uitgeweken. Voor zover ik kan overzien gaat het allemaal niet goed. Op de kant kijken heel veel mensen naar de startlijn, waar voor de RCYC, de Royal Cowes Yacht Club, een hele batterij kleine kanonnetjes staan die worden afgevuurd bij startende klassen en de eerst finishende boten. De monding wordt steeds smaller en daardoor nog iets drukker, ik ben blij dat ik niet hoef te sturen. Langs de kant zien we een heleboel amusement. Om de enorme Heinekentent kan je niet heen, verder staan er nog een aantal podia en allemaal kleine tentjes van sponsors. Het is wel duidelijk dat het automerk Skandia hoofdsponsor is, ze hebben zelfs een auto schuin omhoogstekend op de kade gezet. Twee bobby’s staan ook even langs de kant te kijken naar de schepen. Een paar steken er qua stijl bovenuit. Een paar erg grote klassieke schepen die tussen de menigte varen en onder andere een enorme racer met Hugo Boss zeilen. De ABN AMRO zien we helaas niet. Als we tussen de vele havens varen, zien we er een die er wel aardig uit ziet. Wilma roept ze op en ze hebben gelukkig nog een plekje. Het is aan de kopsteiger, maar het is een plekje. Vrijwel meteen wordt de dinghy te water gelaten, want we willen wel even gaan kijken. Na een kwartiertje varen leggen we aan in één van de havens bij de riviermonding en stappen de kant op. Het is een drukte van belang, zeker nu net een klasse van kleine bootjes klaar is met racen en de boel aan het opruimen is. Pakken worden uitgespoeld, zeilen opgeruimd en de menigte vertrekt richting douche. Op de kade lopen we een stukje omhoog het haventerrein af en komen in een winkelstraat terecht, waar we ons weer even echt in een stad bevinden. Je kan niet rechtuit lopen, hier en daar spelen straatmuziekanten en overal staan mensen in etalageruiten te kijken. Als we even rechtsaf slaan komen we weer op een kade uit, waar heel veel kleine tentjes staan. De eerste is van de reddingsmaatschappij. Door een spelletje te spelen sponsoren we de vrijwillige brigade. Ik mag het spelen en kies vier sleutels uit een zak vol sleutels en als één van de sleutels het slot open kan maken, winnen we een fles wijn naar keuze. Wilma vraagt ‘Do you know witch key it is, otherwise you can’t drink the wine either!’ ‘Don’t worry we’ve got a masterkey, so tonight we’ll drink these wines!’ We zeggen ze gedag en lopen verder. Dan stoppen we bij de enorme Heinekentent, waar Nico een paar biertjes gaat halen. Miklós en ik kijken naar de show bij het enorme podium dat ernaast staat. Voor het podium staan drie acrobatische negers op Caribische muziek te dansen en voeren af en toe een leuke stunt uit. Ook kruipt er een Limbodansend onder een 30cm lage stok door, wat er heel bijzonder uitziet. De stunts zien er heel acrobatisch uit en vergen veel spierkracht, iets wat deze mannen wel hebben. Aan het eind van hun act springen ze met z’n tweeën op de rug van de derde en zwaaien iedereen uit. Terwijl het volgende optreden wordt voorbereid drinken wij ons Heinekenbiertje op en luisteren even later naar een gitarist. Als we weer verdergaan komen we bij de RCYC uit, waar de kanonnen worden afgevuurd. Ik hou mijn oren dicht, wat ook wel nodig is. Als ik het even vergeet schrik ik me dood als zo’n ding nog geen tien meter naast me afgaat en een klein meisje is zo geschrokken dat ze begint te huilen. Ik snap nu wel dat de kanonnier flinke oorbeschermers opheeft. Om de hoek zit een stukje hoger in de tuin van de RCYC, een hele rij belangrijke gasten, sommigen zelfs in kapiteinspakjes. We kijken een tijdje naar de boten die finishen. Één boot verliest twee plaatsen doordat zijn spinnaker invalt als de wind hem benomen wordt door een boot die achter hem vaart. Hij draait zelfs helemaal om zijn voorstag en we zien gelijk de hele crew op het dek om hem er weer uit te krijgen. Dit ‘vuile windtrucje’ is ons wel bekend en hier erg goed gebruikt. Na een tijdje lopen we weer ongeveer dezelfde weg terug en zien nu het bordje met de waarschuwing dat er elk moment een kanon kan afgaan. Dat hebben we wel gemerkt. Op de terugweg, gaan we even langs de Raymarine-tent, omdat Nico wat vragen heeft en dat levert ons een paar Raymarine bierflesopeners op. Een lekker lokaal ijsje maakt het helemaal af en dan keren we terug naar de dinghy. Op de boot wordt er even uitgerust. Miklós en ik gaan nog even douchen en ’s avonds heeft Nico heerlijke lasagne gemaakt voor het avondeten. Een topdag dus! Hebben we toch nog wat van de Cowsweek meegemaakt. Ciao!

dinsdag 1 augustus 2006
Als het niet meer regent varen we Berthon uit, laten daarmee Lymington achter ons en varen drie mijl naar Yarmouth. Dit kleine tochtje wordt erg leuk als de ABN AMRO 1 onze kant op zeilt! De zeventig-voeter is zelfs aan de wind erg snel en komt al snel op gelijke hoogte. Hij komt nog geen honderde meter onder ons door, dus kunnen we erg goed foto’s en film maken. Het komt niet vaak voor dat je hem onder zeil tegenkomt en zeker niet zo dichtbij, dus dit was een ongelooflijk leuke ervaring. Hebben we toch twee Volvo Oceans Racers gezien onderweg. De ANB AMRO 1 en de Brasil One in Cascais, Portugal. Helemaal tevreden varen we Yarmouth binnen, waar we eerder zijn geweest, toen ik nog klein was. Als we aanleggen, lopen Miklós en ik de steiger op, die nergens naartoe blijkt te lopen. Ook is er geen water of elektriciteit op de steigers, dus dat valt even tegen. Dan maar de dinghy te water laten. Het is niet zo ver, dus gaan we roeien, maar één peddel is een beetje kapot, waardoor de hellingshoek met het water niet goed is. Met een manke peddel komen we er ook. Ik herken niet veel, maar ik was toen ook acht en kwamen we vanaf een andere kant werd mij verteld. Na wat lopen door het typisch Engelse dorpje, met de lage huisjes en de mooie voortuintjes, komen we in een café/restaurant uit. Er staan hele relaxte, zachte stoelen binnen, maar Nico en Wilma kiezen voor de heerlijk zachte houten picknicktafel. We bestellen wat te eten. Dat smaakt erg goed, zeker na zo’n “lange” tocht. Als onze magen tevreden zijn splitsen we op. Met Miklós loop ik weer een stukje richting de haven, waar de VVV zit. Ik loop naar binnen om wat te vragen, terwijl Miklós zoals vaker, buiten wacht. Er blijkt geen één pooltafel in het dorp te zijn, dat hebben we nog niet meegemaakt. Dan maar een stukje lopen. Een ijsje pikken we op bij een klein supermarktje en lopen dan met een ruime boog naar de haven. Met de dinghy roeien we terug en vermaken ons op de boot. Om half vijf moesten we Nico en Wilma weer ophalen. Beiden hadden we geen zin om met de manke peddel heen en weer te varen en dus besloten we het met kop of munt te beslissen. Ik won met “Queen Elizabeth” en dus mocht Miklós ze gaan halen, hoewel hij beweerde dat hij had gewonnen, om een reden die hij zelf ook niet helemaal snap. Leuk geprobeerd, maar hij mocht roeien en ik lekker warm in de boot blijven zitten. ’s Avonds eten we op de boot, om niet weer te hoeven klungelen met die peddel. Morgen gaan we naar Cowes, waar de Cowes Week is met zijn 1000 schepen! Eens kijken of ze wel een plaatsje voor ons hebbeb met al die boten en ik dit vaargebied wel herken, want bij Yarmouth ging er geen lichtje op. Ciao!

maandag 31 juli 2006
Een nieuwe tocht van ruim 40 mijl voor de boeg naar Lymington. In de haven staat er amper wind, maar buiten wel schat Nico. Nog even praten we met de buren en krijgen zelfs een pakje Wilhelmina-pepermunt, die heb ik jaren niet meer gezien. Misschien komen we ze verderop nog wel tegen. Tegen een uur of tien verlaten we de haven en kunnen concluderen dat het buiten inderdaad een stuk harder waait dan in de haven. Na een paar mijl ga ik even bijslapen. Als ik weer bovenkom zijn we al een stuk verder en racen we met 8/9 knopen over het water met uitschieters naar tien. De 12,5 werd zelfs al even gehaald. Het lijkt wel alsof het nog sneller gaat dan bij de tocht naar Weymouth. Het is wel een beetje grijs weer, maarja anders heb je ook geen 25-30 knopen in de rug. Zo’n tien mijl voor Lymington zien we in de verte grote zeilen gaan, oftwel de racers van de Cowsweek, een enorm zeilevenement met wel 1000 schepen. Terwijl we door het wedstrijdveld varen vliegen de snelle boten om ons heen. Er worden natuurlijk veel foto’s gemaakt. We komen tot de conclusie dat dit niet de maxi’s zijn (de grootste klasse) maar een iets kleinere, maar die gaan nog steeds ontzettend hard. Als we de rivier opvaren waar Lymington aan ligt vaart een racer ons achterop, maar haalt ons niet in. Het viel ons al op dat hij aan de wind met een rif voer en nu zien we hem zelfs al z’n zeil eraf halen. Een man overboord? Berthon, zoals de haven heet, is een enorme haven, met daarvoor nog een enorme haven. We varen door een smal kanaaltje met links de havens en rechts een soort moerasland, waar op de open plekken boten voor anker liggen. Als we aanleggen en het havengeld gaan betalen snappen we waarom: £42,- (±60 euro) per nacht. En dan betaal je ook nog apart voor de stroom en het internet. Miklós en ik gaan douchen. Het ziet er wel aardig uit, maar de straal die eruit komt is niet fantastisch, op de boot was beter geweest en dat voor zoveel geld. Cascais was voor vandaag de duurste haven met ongeveer 40 euro, maar dit overtreft ruim. Als we even later het stadje ingaan halen we lekker een ijsje en doen wat boodschappen. Tegen zessen gaan we eten in een Indiaas restaurant. Het eten is goed, maar de bediening niet super. Als we terug naar beneden lopen over de kleine tegeltjes regent het en maakt Miklós een voorwielslip, maar gaat niet onderuit. Op de boot gaan Miklós en ik film kijken en wel eentje die we nog niet gezien hadden en die we al een jaar kwijt zijn. De film Antitrust blijkt erg goed te zijn. Na de film maak ik nog even wat verslagen en ga dan slapen. Morgen maar weer verder, want voor dit nachtbedrag kunnen we ook naar een Bed & Breakfast gaan hebben we gezien. Ciao!

zondag 30 juli 2006
Een lui dagje vandaag, dus eerst maar eens lekker uitslapen. Na het ontbijt wil ik de stad in voor nieuwe schoenen en dus ga ik met Nico en Wilma op pad. Miklós gaat ondertussen even internetten. De eerste winkel die we binnengaan heeft niet veel schoenen, maar ik koop er wel een mooi vest, alles is meegenomen. De volgende winkels zijn schoenenzaken, maar die hebben net iets té nette schoenen en niet echt iets van kwaliteit. Uiteindelijk komen we bij een sportzaak uit, waar ze een kruising tussen iets lichtelijk sportiefs en een beetje netheid hebben. Precies wat ik zocht, dus helemaal fantastisch. Daarbij zijn schoenen hier een stuk goedkoper dan in Nederland en zo heb ik er weer twee paar bij. In Falmouth had ik namelijk al prachtige kicksen gekocht. Die scheelden ook al zo’n 20 euro in vergelijking met Nederland. Ik ben dus weer helemaal gelukkig. Nico en Wilma gaan nu even zelf op pad en ik ga terug naar de boot. Miklós zit daar nog steeds te internetten. Ik ga even op mijn PSP en zo brengen we zo’n beetje de middag door. Voor zessen roept Nico vanaf de kant dat ze een restaurantje gevonden hebben en dat terwijl we aan boord zouden eten. Als ik vraag waar het is wijst hij aan de overkant op een groot oranje gebouw. Natuurlijk konden ze geen genoegen nemen met de honderden tentjes aan deze kant van het kanaal. Als we van boord gaan lopen we eerst een stuk langs het kanaal, gaan dan een brug over en lopen weer een stuk de richting de boot om vervolgens 200 meter bij de boot vandaan te zijn. Ik vroeg Miklós al waarom we niet per dinghy waren gegaan. Het menu ligt al klaar en snel kiezen we wat uit. Nico loopt even naar de bar om te bestellen, want zo werkt het en komt weer bij ons zitten. We hebben het over hoe sommigen Engelsen wel niet gekleed zijn en dat ook Engeland iets meer de breedte in gaat, zoals we in meer landen al gezien hebben. Blijkbaar heeft de vet-epidemie de wereld in haar klauwen. We vragen ons af wat ons in Nederland te wachten staat. Dan komen de maaltijden en die smaken prima. Na het eten ga ik weer met Miklós op stap naar de kermis met wat ponden op zak. We laten onze gokverslaving even de vrij loop en lopen een uurtje later iets lichter de tent weer uit. Zolang het om niet teveel geld gaat maakt het allemaal niet zoveel uit zullen we maar zeggen. Op de boot wordt weer even geïnternet, gelezen en muziek geluisterd tot onze ogen dichtvallen. Morgen gaan we weer verder, ik voel me alweer een havenhoppende vakantiezeiler. Ciao!

zaterdag 29 juli 2006
Op naar Weymouth dus. Het werd een fantastisch tochtje. Kan me namelijk niet herinneren dat we eerder ruim 50 mijl in zeven uur hebben afgelegd. Zeer tevreden lopen we Weymouth aan, een haven in de stad, erg handig dus. Er ligt al een rij van ongeveer zes boten voor ons, maar onze achterburen van Dartmouth liggen alleen, dus leggen wij de Oceans4 naast hun neer. Meteen maken we een praatje met ze. De buren vertellen ons ook gelijk de code van de douches en dus gaan Miklós en ik even later via de drijvende steiger, via de kademuur op weg. Als we terugkomen zijn Nico en Wilma op pad. Ik wil graag alvast even rondkijken en dus gaan we met z’n tweeën de stad in. Er is weer een grote winkelstraat met op het eerste gezicht goede winkels. Helaas hebben we geen geld en is Weymouth geen dorp waar we Nico en Wilma in de eerste beste kroeg weer treffen. Eerst maar even oriënteren dus. Als we de straat uitlopen, lopen we tegen het strand aan en gaan weer richting de haven over de boulevard. Er staat van alles op het strand, blijkbaar is hier een soort kermis. Onze interesse wordt gewekt door een volleybaltoernooi waar we even gaan kijken. Op het hoofdveld is een wedstrijd bezig, dus blijven we even kijken. We kiezen beiden een team en wachten af tot de wedstrijd afgelopen is. Het scheelde weinig maar Miklós’ team won toch. Nu hebben we de directe omgeving wel gezien, dus maar weer terug naar de boot. Inmiddels hebben we al buren gekregen. Tegen de avond hebben we zelfs iets van vier buren erbij en er komen nog vijftien schepen binnen verteld de buurman. Miklós en ik hebben vanmiddag een Mac Donald’s gespot en daar willen we wel even snel wat eten. Nico en Wilma gaan gezellig met z’n tweeën en zo is iedereen weer blij. Na de Mac gaan we even kijken op de kermis tegenover het volleybaltoernooi van vanmiddag. Het is een groot gebouw, op een plein en zo te zien gevuld met allerlei machines. Als we er doorlopen wordt er druk gespeelt. Het zijn zo’n beetje allemaal muntjesautomaten van 2 pence, dus voor een pond kan je al een tijdje spelen, tot je muntjes op zijn natuurlijk. Als we weer bijna buiten zijn loopt een jongetje weg van zijn machine en als we even kijken hoe dit ding werkt valt er ineens een kleine berg muntjes naar beneden. Toch maar gelijk even spelen, want erg rijk wordt je niet van een hoopje centen. Al snel is het op, maar toch was het leuk even te spelen. De laatste kermis kan ik me al niet meer herinneren en zal vast in Nederland geweest zijn. Later hoor ik dat deze kermis er waarschijnlijk het hele jaar door staat. Blijkbaar houden de Engelsen wel van een gokje. Even wachten we tot de regen (Engels weer hea) over is en dan lopen we terug naar de boot, wat niet zo ver blijkt te zijn. Op de boot internetten we beiden nog even en gaan dan lekker slapen. Ciao!

vrijdag 28 juli 2006
De boot wordt verder onderhanden genomen. Nico en ik schrobben de bovenkant. Er liggen weer waterslangen op de steigers, dus gaat het erg makkelijk. Als we klaar zijn, ga ik even internetten en Nico en Miklós gaan met de dinghy de rivier op. Ik ga met Nico eten halen als hij terug is van zijn rivieravontuur. In de supermarkt halen Nico en ik op mijn verzoek pizza en nemen nog wat ingrediënten mee om het wat lekkerder te maken. Ook een voorafje op mijn verzoek wordt meegenomen, bestaande uit grote champignons met kaas erover, wat in de oven gaat. Erg simpel, érg lekker. Een rustig dagje dus vandaag. Morgen gaan we weer verder naar Weymouth, een nieuw avontuur. Ciao!

donderdag 27 juli 2006
Je ligt een dagje en hebt weinig te doen, dus wat doe je? Inderdaad, de boot poetsen! Het was niet mijn idee maar volgens Nico was hij daar aan toe. Miklós en ik dus aan het werk. Gelukkig hoefden we alleen de rompen te doen, niet de bovenkant. Het was wel mooi weer, niet te warm dus eigenlijk konden we niet klagen. Na een ruim halfuurtje werken was hij weer mooi en glimmend. Maar toen moest de andere kant nog. Die was iets sneller klaar doordat er minder kalkspikkels op zaten en die zag erna ook mooier uit. Na al dit poetswerk waren we wel toe aan een douche, dus wij op weg naar het gebouwtje. De spoorbomen van het mooie stoomtreintje dat hier rijdt gingen dicht. Wij spraken een Nederlander die ook stond te wachten en hier op vakantie was. Ik vertelde over onze reis waarop hij zei ‘en ik vond de Scilly’s al een eind.’ Dat is ook eind als je op vakantie gaat, maar voor ons is het juist dichtbij. Als we weer bij de boot zijn gaat de Catch-22 vertrekken naar Cherbourg. We zullen ze nu pas weer in Nederland zien. Het was erg leuk met ze. Ik wil nog even de stad in en ga met Nico en Wilma per dinghy erheen. Even varen we nog langs de Catch-22 die nog even de laatste hand legt aan de boot. Dan gaan we de stad in. Ik wilde op zoek naar nieuwe schoenen, maar na een eind lopen en winkeltje in, winkeltje uit te zijn geweest blijkt er weinig te zijn. Eigenlijk zijn er maar weinig winkels en veel daarvan zijn voor vrouwen, dus dat schiet niet op. Dan maar even op het terras zitten. Nico besteld een chocolademelk voor me, maar die smaakt naar warm water, dus dat kon er ook nog wel bij. Dan maar weer naar de dinghy. Die lag tot onze verbazing op het droge, gewoon op de steiger getild. We gooiden net los toen de Harbor Patrol langskwam, die zij dat die van ons en van onze buren in de weg lag voor de ferry. Dat konden we wel begrijpen en eigenlijk was er ook niks aan de hand. Ze knipten tenminste niet zoals op St. Eustatius je slot door. ’s Avonds eten we op de boot. Wilma voelt zich niet zo lekker en duitk haar bed in. Wij mogen de blikvoorraad opmaken en wel Babi Panggang. Wilma heeft een goed moment uitgekozen om ziek te worden en ons dit te laten eten, want inmiddels weten we zeker dat elk blik hetzelfde smaakt. Na het eten wordt er wat geïnternet totdat iedereen gaat slapen. Ciao!

woensdag 26 juli 2006
Als ik wakker wordt varen we alweer op zee naar Dartmouth. Er staat weinig wind, dus de motor doet weer z’n werk. Ik mag meteen wacht houden, maar in het zonnetje met een goed boek is dat niet erg. Bijna drie uur eerder dan verwacht liepen we de haven van Dartmouth, Darthaven, aan. Ik begreep nu pas dat de Catch-22 er ook nog lag, dat wordt wel gezellig dus. Als we liggen gaan Miklós en ik alvast langs bij de Catch-22 en komen Nico en Wilma er later achteraan. Zij zijn bezig met een grote schoonmaak. We drinken even snel een biertje, maken een borrelafspraak op de kant en gaan weer terug aan boord. Miklós en ik gaan meteen even douchen, aangezien we de code van Ilona gekregen hadden. Lekker om weer eeuwig water uit de muur te hebben en nog eeuwig op jouw temperatuur afgesteld. Miklós gaat eerder naar de boot dan ik en als ik op de boot aankom is het luik dicht. Al snel hoor ik me naam bij onze motorbuur vandaan komen. Ik loop er ook heen en ontmoet de eigenaar en zijn vriend van het 43 voet yacht. De eigenaar is een jonge Engelsman die dit schatje voor een ruime half miljoen gekocht heeft. De ander is een jongen die in Engeland woont, maar Nederlands spreekt door zijn Nederlandse moeder die hem dat geleerd heeft. Voor iemand die zich nooit onder Nederlanders begeeft, behalve z’n moeder en nog nooit in Nederland geweest is spreekt hij goed Nederlands. Toch gaat het Engels hem beter af, maar op een paar woorden na probeert hij Nederlands tegen ons te spreken. We zitten boven lekker in het zonnetje en drinken een biertje uit de koelkast die achter de bestuurdersstoel staat. Tja een motorboot heeft toch stroom te over met al dat gemotor, dus waarom ook niet een tweede koelkast. De hele boot is met van alles voorzien en het bed staat niet tegen wanden aan zoals bij ons, want zij gaan ook niet schuin. De meeste motormonsters zijn lelijk en niet bijzonder, maar deze had wel wat. In de middag gaan we naar de kant en wachten tot Micheal en Ilona er zijn. In een pub in de stad drinken we een biertje en speel ik met Micheal en Miklós een potje dart. Micheal wint. Het is weer erg gezellig met ze. Eigenlijk zouden ze aan boord eten, maar toch besluiten ze met ons mee te gaan. Nico had al wat research bij de barvrouw gedaan en had een paar namen op een briefje. Alle restaurants bleken boven gemiddeld te zijn, blijkbaar zag ze ons wel voor welvarend aan. We zijn niet echt gekleed op zoiets nets, dus lopen we maar een iets binnen wat meer op een café lijkt. Dit café blijkt echter nog een bovengedeelte te hebben waar het restaurant is en dat is net als de andere restaurants erg netjes, maar blijkbaar is de keuze in Dartmouth niet zo ruim. De ober is een aardige Australische man. Hij helpt me wat te combineren aangezien alles met pittige- of wijnsausjes geserveerd wordt. Hij stelt een Seloin Steak met pepersaus voor en ik vind het best. Het blijkt erg lekker te zijn, een goede ober dus, die weet wat hij doet. Het is iets duurder dan het gemiddelde restaurant, maar wel vreselijk lekker. De maaltijden bestaan allemaal uit aardappelen, groeten, vlees, maar dan door een chef bereid. Iedereen geniet zichtbaar en de gespreksonderwerpen vliegen over tafel. Op de Oceans4 nemen we nog een afzakkertje. Ik zit nog in de dinghy als Nico roept dat hij het fototoestel vergeten is. Ik vaar meteen terug en loop het stuk terug naar het restaurant. Daar aangekomen hadden ze het al achter de bar gelegd en konden ze het zo geven. Ze waren ons nog achterna gerend, maar ze waren ons kwijtgeraakt in de menigte. Beneden maak ik nog even gebruik van het gratis half uurtje internet en zie dat mijn voetballen geregeld is, dus ben ik weer blij. Op de boot drinken ik nog even wat met de rest en dan gaan Micheal en Ilona naar de boot. Morgenmiddag zullen zij naar Guernsey vertrekken, dus zien we ze in de ochtend nog wel. Wij gaan lekker slapen. Ciao!

dinsdag 25 juli 2006
Er wordt besloten hier nog een dagje in Fowey door te brengen en dus gaan we de kant verkennen. Miklós blijft gezellig op de boot terwijl wij door het stadje wandelen. Een paar barretjes worden getest en langzaam lopen we richting het strand, waar Wilma graag heen wilde. Om er te komen had Nico bedacht om via de bovenkant van het stadje te gaan. Mijn idee dat stranden aan zee lagen en niet in de bergen werd bevestigd. We kwamen op een gegeven moment niet verder en moesten toch langs het lager gelegen gedeelte. Wel leverde dit mooie plaatjes op, want we keken uit over Fowey en de baai. Eenmaal wat lager vonden we de goede weg en kwamen bij het strandje uit. Helaas was het niet zo mooi als het vanaf het water leek, maar hadden ze er wel heelrijke Cornwall (naam van het gebied) ijsjes. Het kasteel lag wel een stuk hoger, maar daar konden we niet eenvoudig komen. Tegen de middag waren we weer in het centrum van Fowey. Ik besloot Miklós op te gaan halen voor een potje pool. Bij de boot moest hij eerst nog een half uur de computer afsluiten voor we gingen. Weer gingen we naar ‘The Galleon’ tot het tijd was om naar de steiger te gaan, waar Nico en Wilma om vier uur zouden zijn. Ze zaten al in de dinghy, dus konden we meteen weg. Op de boot vertelden ze dat ze lekker geluncht hadden in Pinky Murphy’s Café en dat ze daar gratis wireless aanboden. Ik moest nog even mail kijken en Nico ging even mee om de site te doen. Zo gingen we met z’n tweeën naar het café en internetten met een glaasje vergeperste jus d’orange ernaast, niet slecht. Een naar ons idee Amerikaanse vrouw probeerde ook op internet te komen, maar dat lukte niet erg. Nico hielp haar er even mee en ze was helemaal blij. Ze riep ‘I love you!’ en tegen haar zoontje ‘but don’t tell dady.’ Later bleek dat ze werkte voor een bedrijf dat vrouwen kunstmatig zwanger maakte en dat ze drie uitslagen in de mail had. Alle vrouwen bleken zwanger te zijn en bij elke mail steeg een hard gejuich op. Het zag er heel grappig uit en wij konden er wel om lachen. Op de boot was Wilma bezig met pannenkoeken bakken. Dat hebben we al een tijdje niet meer gegeten, dus hebben we er wel trek in. Het smaakt heerlijk. ’s Avonds gingen Miklós en ik nog even poolen en gooiden daarna met Nico de rubberboot op het dek voor de tocht naar Dartmouth. Nico en Miklós nemen morgen de eerste wacht, wat ik wel best vond. Kan ik weer eens een beetje uitslapen. Ciao!

maandag 24 juli 2006
Er is geen haast, want onze volgende bestemming Fowey ligt slechts iets meer dan 20 mijl ver. Eerst gaan we dus nog even douchen, water en diesel tanken en om half elf gaan we naar buiten. Er is weinig wind dus de motor wordt al snel aangeslingerd. Toch zet Nico hem weer uit, ondanks dat we daarna nog maar 3 knopen aan de wind voeren. Ik probeerde nog een paar pogingen om de motor weer aan te krijgen, maar zeilen is niet voor niets ‘de langzaamste manier van reizen.’ Zo doen we over dit tochtje toch nog 5 uur, in tegenstelling tot de drie, vier uur wat normaal is. In Fowey moeten we helaas weer aan een mooring. De dinghy, waarvan we dachten hem niet meer nodig te hebben, kon dus weer uit het voorluik gehaald worden. De baai is wel erg mooi. Hoge huizen staan langs het water en tegen de heuvels. Het is er best druk qua boten, maar het is dan ook hoogseizoen. Met de dinghy varen we naar een dinghysteiger en belanden na een stukje lopen in de ‘Old Quay House.’ Op het terras kijken we uit over de enorme baai. Het dorpje is wel aardig, met smalle straatjes, waar veel te grote auto’s doorheen rijden. Er zijn niet zoveel winkeltjes, maar wel veel barretjes. Zo gaan Miklós en ik even poolen bij ‘The Galleon,’ waar ik van hem win. Op de afgesproken tijd staan we weer op de steiger om opgehaald te worden. Natuurlijk komen ze ons te laat halen, daar zijn we inmiddels wel aan gewend. Als we onze dinghy op ons af zien varen gaat dat nogal langzaam. Wij vragen ons af wat er aan de hand is en waarom Nico het gas er niet opzet. Als de dinghy dichterbij komt blijkt Wilma hem te besturen en is het voor ons duidelijk. Ze kan prima varen, maar het gas zet ze er meestal niet achter. Op de boot heeft Nico al snel heerlijke taco’s klaar. De avond brengen we lekker op de boot door en gaan een beetje op tijd slapen. Ciao!

zondag 23 juli 2006
Er wordt lekker uitgeslapen, want we hoeven weinig vandaag. Tegen het middaguur gaan Nico en Wilma de stad in en blijf ik met Miklós op de boot. Wij gaan later de stad in en komen erachter dat alle winkels gewoon open zijn. Dit biedt mogelijkheden, maar dan moeten we wel Nico en Wilma kunnen vinden. Na veel geloop en gezoek keren we tevergeefs terug naar de boot. Gelukkig komen ze al snel binnenvallen en gaan we al snel weer de stad in. We slagen allemaal erg goed vandaag. Nico heeft twee nieuwe pakken, Miklós een riem en schoenen, Wilma schoenen en kleren en ik een riem en nieuwe kicksen voor het nieuwe voetbalseizoen. Dat was zo ongeveer wat we nog nodig hadden voor we terug zouden zijn in Nederland. Aan het eind van de middag gaan we het terras op. Ik heb het fototoestel meegenomen en niet voor niets. De zeehond die we gister ook al door de kleine haven bij het terras zagen zwemmen was er weer. Ik ren een stukje de pier op en schiet een aantal plaatjes van het vrij grote beest. Ik snap ineens waarom hij hier elke dag rond deze tijd is. Een klein vissersbootje voert het beest met kleine afvalvisjes, waar hij wel raad mee weet. Als ik weer naar het terras kijk zie ik dat er een lang man bij onze tafel staat. Als ik terug loop herken ik Paul van de Zoutelief, onze buurman op Horta. Hij is hier al een aantal dagen, nadat hij vanaf Horta in één keer hier heen was gevaren. Zijn crew is al van boord, maar wij hielden mobiel contact met hem. Hij drinkt gezellig een paar biertjes mee en gaat ook mee uit eten. We vragen hem veel over dit gebied en ook over hoe het nou zit met Groot Brittanië, Het Verenigd Koninkrijk enzovoort. Maar zelfs deze Engelsman kan het ons niet uitleggen, zo ingewikkeld en onlogisch is het. Engelsen varen namelijk ook onder een soort Britse vlag, maar dan ook weer net even anders en niet onder de witrode Engelse vlag. Het enige wat we weten is het volgend. De vlag waar Engelsen onder varen is met een rode, witte of blauwe achtergrond, wat hun vroegere rank aangeeft als ze bij de marine hebben gezeten. Rood is geen rang, blauw is meen ik officier en wit dan ben je aardig belangrijk. Alleen als een iemand van de Koninklijke familie aan boord is dan voert het schip de rood-wit-blauwe Britse vlag met het diagonale kruis. Zo leren we dus nog eens wat. Na het eten biedt hij ons nog een afzakkertje aan en praten we nog gezellig over van alles en nog wat. Het was dus erg leuk Paul nog even te ontmoeten en zoals de Engelsen zeggen ‘We keep in touch!’ Nu waren we allemaal toch wel moe en gingen we terug naar de boot. Ciao!

zaterdag 22 juli 2006
Nico en ik spelen ochtendheld als we om 05:00 het mooringtouw losgooien en uitvaren. Er staat amper wind, dus beginnen we op de motor. Het wordt even druk als we een shippinglane oversteken, maar dat leverde geen problemen op. Om 09:00 vond ik het wel mooi en ging weer even liggen, nadat ik toch grotendeels van de tijd wacht had gelopen. Begin van de middag werd ik weer wakker en las ik een paar uur in mijn kooi. Ik heb eindelijk een boeiend boek gevonden, namlijk ‘Het Bernini Mysterie’ van Dan Brown, dus ik had weer een paar uur wat te doen. Eenmaal weer buiten voeren we al in de monding van de rivier waar Falmouth aanligt. Ik begreep nu pas dat de Catch-22, met Micheal en Ilona, er nog steeds lag. Zij waren vanaf de Azoren direct hierheen gevaren en liggen er nu dus nog, terwijl wij al die tijd dus de Scilly’s hebben gedaan. Zij hadden dan ook een slecht einde en deden er vijf dagen langer over, terwijl het maar 70 mijl (14 uur) verder is. In de haven sloten we als derde boot aan. Al snel spraken we even met de Catch-22 en besloten later even een borrel te gaan drinken. In de tijd die we hebben gaan Mikós en ik douchen. Ik had snel pasjes geregeld voor het douchegebouw bij de havenmeester, die erg aardig en behulpzaam was. Iets later dan de afgesproken tijd komen Miklós en ik schoon en netjes gekleed te voorschijn en schuiven aan bij het viertal. ’s Avonds gaan we met z’n allen uit eten en het is erg gezellig. Als afzakkertje gaan we nog even terug naar het café waar we waren, waar nu een lifebandje optrad. Twee mannen, de een met een gitaar, de ander met mondharmonica en zang, leefden zich helemaal uit en het was geweldig om te zien. We moesten schreeuwen om elkaar nog te kunnen verstaan, maar dat hebben we wel vaker meegemaakt dit jaar. Als iedereen bijna schor is en het bier op gaan we terug naar de boot. De Catch-22 gaat morgen helaas alweer door, maar ze zijn zo aardig om ons nog even hun internetaccount, wat ze voor een week gekocht hadden, aan ons door te geven. Zo kunnen wij weer even wat mail versturen. Iedereen blij en moe, dus duiken we de bedden in. Ciao!

vrijdag 21 juli 2006
Ik slaap lekker uit totdat ik wakkerwordt van hard geklop op de boot. Ik hoor Nico naar buiten lopen en hoor haar zeggen ‘I’m collecting mooringfees.’ Het verbaasde me omdat ik dacht dat we hier gratis lagen, naar Imre en Esther verteld hadden. Ik kan gelijk niet meer slapen, maar gelukkig gaan we al snel ontbijten. Pas begin van de middag gaan we naar de kant. Miklós en ik wilden eigenlijk wel fietsen huren, maar daar kwam ineens niks meer van en dus liepen we maar gewoon met Nico en Wilma mee. Daar hadden we achteraf zeker geen spijt van. Het landschap was namelijk prachtig. Alles is bedekt met een laagje mos en paarse plantjes. Het is wat ruiger dan de andere helft die we gister hebben gelopen, maar er loopt een prima pad. Het fototoestel staat niet stil en het zonnetje laat zich ook de hele middag zien. Het hele pad liepen we in binnen drie uur af en zo hadden we het hele eiland gezien. Erg mooi was de ruïne boven op een heuvel, met prachtig uitzicht over New Grimsby en de baai ervan. Een beetje lager gelegen stond nog een soort kasteeltoren en vanaf daar hadden we ook weer prachtig zicht. Bij de ruïne op de heuvel kwamen we onze Belgische buren tegen. Zij hadden wel fietsen gehuurd en zeiden ‘maar het zijn hier absoluut geen fietspaden,’ dus waren wij helemaal blij dat we zijn gaan lopen. Nico en Wilma hadden de afslag naar de ruïne gemist en liepen onderlangs. Toen Miklós en ik bij het kasteel aankwamen bleek dat Wilma onderuit was gegaan en een sneetje in haar duim had. Ze mankeerde verder niks, dat bleek zeker toen ze zei dat ze toe was aan een Engelse “pint” en een pleister. Nadat we door erg hoge struiken door waren gelopen kwam het pad in New Grimsby uit. Daar zochten we ons terrasje van gisteren op en daar zetten Miklós en ik het weer op een poolen. Blijkbaar hadden we onze dag, want we wonnen 4-1 van de 25-jarige locals en dat met hun regels. Zij moesten daarna weer aan het werk en dus speelden we nog even tegen elkaar. Tegen zessen liepen we terug naar de kade, waar Nico ons ophaalde. Na een borrel met crackers en lekkers, genoten we van de grote champignonnen met blauwe kaas die Nico had klaargemaakt. De hoofdmaaltijd was aardappelen, groente, vlees, dus niet zo bijzonder en zeker niet zo lekker als mijn pastamaaltijd van gister, maar soms is het niet anders. Nu mijn verslagen weer bij zijn, ga ik met Miklós nog even de film van gister afkijken. Morgen vertrekken al om 05:00 naar Falmouth, waar waarschijnlijk de Catch22 met Micheal en Ilona nog steeds ligt, zou leuk zijn. We verwachten zo’n 19:00 aan te komen, maar hopelijk wordt dat eerder. Ciao!

donderdag 20 juli 2006
Voordat we verdergaan naar het eilandje Tresco, wat wel helemaal op steenworpafstand van St. Mary’s ligt, komen Saskia en Wouter van de Schorpioen nog even op de koffie. Als het tij de goede kant op stroomt, gaan zij naar de kant en vertrekken wij. Het is een tochtje van ongeveer een half uurtje naar Old Grimsby, aan de oostkant van het eilandje. Als we aankomen pikken we de laatste mooring in, vlak voor de neus van een Franse cat die op volle snelheid aan kwam racen. Al snel gaan we de kant op om nog even een deel van Tresco te verkennen. Aan een kademuur wordt de dinghy vastgeknoopt en een local verteld dat het niet helemaal droogvalt op de plek waar hij ligt, waardoor we weer gemakkelijk wegkunnen. We lopen over de smalle weg richting New Grimsby aan de andere kant van het eiland, maar daar zijn we al na een krap kwartiertje. Langs de weg is het ontzettend groen en hier en daar liggen een paar weilanden. Op een hek staat ‘BEWARE, BULL IN FIELD, KEEP OUT!’ We kunnen echter geen “bull” vinden, blijkbaar gebruiken ze dit net als de ‘IK WAAK HIER-bordjes’ in Nederland. Na het dorpje slaan we een willekeurige weg in en komen zo de Engelse man met Nederlandse vrouw tegen, die we ook tijdens onze fietstocht over St. Mary’s tegen kwamen. De man weet het een en ander over vogels en verteld ook over het eiland dat het privé is en in het bezit van een adelijke familie die in het “valhalla-kasteel” wonen. Ernaast ligt hun mooie “garden,” waar ook toeristen voor veel geld doorheen kunnen wandelen. Ter afsluiting vraagt Wilma nog aan ze of ze hier ook per boot zijn gekomen en de vrouw antwoord op afkeurende fluistertoon ‘wel met zo’n toeristenboot hoor.’ We lopen verder en genieten van al het mooie groen hier. Al gauw lopen we langs de achtertuin van het kasteel en eten ijs in het restaurantje. Het is wat laat om nog de tuin te bezoeken en dus gaan we maar verder met onze wandeling. We lopen langs de kust verder, waar het uiteindelijk doodloopt en we een stuk terug kunnen. Daar slaan we een nieuw pad in dat door een soort duingebied, maar dan zonder veel zand, loopt. Het beetje zand wat er wel ligt glijdt toch weer m’n slippers uit, dus ik heb nergens last van. Uiteindelijk komen we weer in New Grimsby uit en gaan we wat drinken. Daar blijkt ook een pooltafel te zijn en dus spelen Miklós en ik de nodige potjes. Terug op de boot zitten we eerst even lekker aan de borrel. Ik heb aardig honger, doordat we de lunch over hebben geslagen en begin maar met pasta te koken, want anders ben ik al dood voordat Nico of Wilma van hun derrière afkomen. Als de saus ook niet moeilijk blijkt te zijn ga ik daar ook maar mee door en uiteindelijk kook ik de hele maaltijd. Het blijkt ook nog heel erg lekker te zijn. De saus van blauwe kaas, room en spekkies smaakt heerlijk, erg geslaagd dus en zeker voor herhaling vatbaar. Het bijkomend voordeel is ook dat wie kookt, niet hoeft af te wassen. We krijgen ook nog Belgische buren, die geen eigen mooring meer konden vinden. Miklós en ik kijken nog even een van de weinige films die we nog niet gezien hebben en gaan dan naar bed. Ciao!

woensdag 19 juli 2006
Na het ontbijt blijkt de Schorpioen met Wouter en Saskia aangekomen te zijn, tegelijk met de Catch22 die in Falmouth aankwam. Voor ze ons opriepen stonden Nico, Wilma en ik al in de dinghy en voeren naar ze toe, waar ze ons uitnodigden om koffie te komen drinken. Daar aangekomen zeiden ze dat ze ons dus net hadden opgeroepen. De Lady Jean was ook uitgenodigd en zo was het een gezellig clubje. De Schorpioen heeft er uiteindelijk 13 dagen min twee uur over gedaan, zo’n 5 dagen langzamer dan wij, maar zij zijn dan ook 35 voet lang. Dit verschil in waterlijn maakt blijkbaar toch veel uit voor de snelheid en daar komt bovenop dat ons schip sowieso een snel schip is en wij betere weersomstandigheden hadden. We praten weer over van alles en Wouter laat ook even hun papieren kaart zien, waar hij alle posities op heeft getekend en waarop we kunnen zien hoe iedereen gevaren is. De Lady Jean vertelt gelijk even wat de mooie plekjes zijn op Tresco en zo weten we al een hoop voor we er geweest zijn. Terug op de Oceans4 gaan Nico en Wilma de kant op en vermaken Miklós en ik ons even op de boot. In de middag haalt Nico ons op en gaan ook wij de kant op. Bij ‘The Mermaid Inn’ duikt hij met Wilma de kroeg in en gaan Miklós en ik nog even een ijsje halen. Daar zien we de Schorpioen en de Lady Jean waar we even mee staan te praten. De Schorpioen gaat nog even een ijsje halen, terwijl Imre en Esther alvast meegaan naar ‘The Mermaid Inn’ waar we met de drie boten zouden gaan borrelen. Ook daar is het weer erg gezellig en na de borrel schuiven we met z’n allen aan tafel. Ik spreek ook even de barman die ons inmiddels herkent en die bleek drie maanden in Nederland geweest te zijn. Tijdens het eten gaat de gezelligheid gewoon verder en eten we redelijk. De bediening is wat traag van begrip, maar ik kan me er niet erg druk om maken. Als we teruglopen over de kade, vraag ik Miklós of we nog even gaan poolen en dat wil hij wel. Ik overleg snel met Nico en Wilma en met een paar pond op zak gaan we naar ‘The Bisshop & Wolf’ waar we met wat drinken gratis kunnen poolen. Het ballenmagazijn kan je er gewoon uithalen en zo de ballen op tafel leggen, wat mag van de bar. Terwijl we spelen spreken we een paar Engelsen. Zo komen we te weten dat €1,40 één pond in in plaats van de €1,70 die we dachten, scheelt weer op de rekening. Als de bel voor ‘last call’ wordt geluid schreeuwt er iemand met een krijsstem vanachter de bar ‘LAST CALL! LAST CALL! GET YOUR LAST DRINKS LADY’S AND GENTLEMEN!’ Om twaalf uur gaat de boel al dicht, maar het is ook gewoon een doordeweekse dag. Als de bar echt dicht gaat wordt er weer gebeld en schreeuwt hetzelfde mens ‘THE BAR IS CLOSING LADY’S AND GENTLEMEN! HAVE A GOOD TRIP HOME!’ In Nederland zouden we vragen of het geschreeuw even wat minder kan, maar hier is het vrij normaal hadden we al eerder van onze vriend Paul uit Manchester gehoord. Op Tobago hebben we hem uitgebreid gesproken over de Engelse pubs. Nu moeten we dus toch echt gaan en lopen we over de kade terug naar de dinghy. Op de boot ga ik nog even op de computer wat achterstallige verslagen maken en duik dan m’n bed in. Ciao!

dinsdag 18 juli 2006
Als het hoog water is gaan Miklós en ik met een boot vol jerrycans naar de kant om water te tanken. Gelukkig kunnen de jerrycans in de boot blijven staan, dus hoeven we alleen de slang een stukje uit te rollen. Terwijl Miklós ze volgooit loop ik met de benzinetank naar de pomp en laat hem volgooien. Hij bleek tot mijn verbazing nog halfvol te zitten, maar evengoed was ik tien pond en 12 liter verder toen hij vol was. Dat zijn weer fikse prijzen, aangezien ik de laatste keer op St. Kitts in de Caribean voor 28 cent per liter tankte. Terug bij de dinghy is Miklós nog steeds bezig met vullen, net als alle Fransen die bij het hoogtij snel even tanken, nadat ze in 24 uur hiernaartoe zijn overgestoken. Op de boot gooien we de jerrycans in de tanks en is dat gelukkig genoeg, zodat we niet nog een keer terug hoeven. Even later ga ik met Nico en Wilma de kant op. Zij doen wat boodschappen terwijl ik even op zoek ga naar internet. In het hotel was het een pond per kwartier, maar zelfs bij het VVV-kantoor was het net zo duur, dus dat schoot niet op. Gelukkig had ik niet lang nodig en vonden Nico en Wilma het voor deze keer goed om zo’n belachelijke prijs te betalen. Terwijl ik bezig was, kwamen Imre en Esther van de Lady Jean binnen en spraken me aan. Zij varen hier al even rond, maar zijn nu weer hier om boodschappen te doen en te tanken. Ze willen me niet te lang ophouden en zeggen dat we ze in de middag nog wel even zien. Als ik klaar ben vind ik Nico en Wilma in ‘The Mermaid Inn,’ waar we even wat drinken. Terug op de boot stoppen we de boodschappen in de koelkast en even later komt de Lady Jean langs. Ze komen gezellig op de borrel en dat houden we lang vol. We praten over van alles en nog wat en het duurde dan ook een keer of vier voor ze echt weggingen. Erg gezellig dus, zeker aangezien we ze nooit uitgebreid gesproken hadden. Laat in de avond eten we een “pie” met beef en die smaakt wel aardig. In de avond kijken Miklós en ik nog even lekker een filmpje en gaan dan heerlijk slapen. Ciao!

maandag 17 juli 2006
Mijn idee om het eilandje rond te fietsen wordt gerealiseerd en zelfs met een Engels ontbijt op de kant! De fietsen worden gehuurd, goedgekeurd en neergezet bij ‘The boatshed.’ Het tentje blijkt nog maar twee maanden open te zijn en is erg mooi van binnen. Het eten is er goed, dus meteen een erg goed begin van de dag. We fietsen verder in het heerlijk warme zonnetje en komen al snel bij de volgende stop uit, namelijk een restaurantje met een prachtig uitzicht over de baai. Tijdens het ontbijt kwamen we er al achter dat er niet erg veel te fietsen viel op het eiland en de kaart met informatie vertelde ons ook dat het rondje in een uurtje te doen was. Rustig drinken we wat en lopen nog even een stukje voordat we weer op de fietsen stappen. Het is een aardig fotogeniek eilandje dus maakt onze camera overuren. Bij een klein natuurlijk vijvertje zwemmen eenden tussen het riet, die hebben we al lang niet meer gezien en ik krijg er zelfs een Nederlands gevoel bij. Na een wat hobbelig pad, lopen we weer een stukje en zien een soort kleine versie van een hunebed. Er schijnt zelfs een heel dorp onder onze voeten te liggen, maar daar zien we weinig meer van. Wel zien we een paar enorme koeien die lekker in het zonnetje liggen, maar die je vooral niet achter je aan wil hebben. Er staat vast niet voor niets schrikdraad om de randen. Een paar heuvels verder stoppen we alweer bij het volgende restaurantje met een “Teagarden.” Het ligt mooi in ‘the middle of nowhere’ en ziet er rustgevend uit. Als we even zitten komt een ouder paar op ons af en spreekt de vrouw ons in het Nederlands aan. Ze bleekt al 50 jaar in Engeland te wonen en hier nu met haar Engelse man op vakantie te zijn. Ze spreekt mooi en goed Nederlands, zeker voor iemand die al zolang uit Nederland weg is. We hebben meer mensen meegemaakt die zolang uit Nederland wegzijn, maar die verleren toch het Nederlands een beetje. Zelfs wij hebben er af en toe last van, vooral met uitdrukkingen en gezegdes. Als we weggaan zeggen we ze gedag en gaan weer lekker verder fietsen. Na een paar vijvertjes gepasserd te zijn, gaan we weer een stuk wandelen. Het pad loopt over een flonder, door een natuurgebied met op twee punten een uitkijkpost voor vogerwaarnemers. Het pad komt uit op een klein prachtig baaitje met klein strand en daar rustten we even uit. Een ander pad leid ons weer naar de hoofdweg en dan lopen we weer naar de fietsen. Even verder krijgen we alweer dorst en als er op een bar staat dat ze een bowlingbaan hebben, stel ik voor er te stoppen en dat doen we. Helaas blijkt de bowlingbaan verhuisd te zijn, maar gelukkig hebben ze wel een pooltafel waar we voor twinitg pence per potje kunnen spelen. Nico en Wilma zitten buiten, terwijl wij een aantal potjes spelen. Als we uitgepoold zijn, fietsen we verder. Als we door het dorp van de baai rijden, halen we een ijsje bij de inmiddels bekende zaak. Nog even rijden we naar het mooie kasteel op de heuvel aan de andere kant van het dorp. Helaas blijkt het een hotel te zijn, met campingvelden eromheen, maar kan je er gelukkig wel omheen lopen en dat doen we. Het is erg mooi en rustig, dus toch nog waardig om er rond te kijken, ondanks het ‘Star casttle hotel.’ Ondanks de weinige fietspaden, hebben we er toch een dag over gedaan en werd het tijd om de fietsen terug te brengen. De was wordt gelijk opgehaald die we vanochtend hadden weggebracht en sjouwend met de lading doen we nog even wat boodschappen. Miklós en ik zetten ze op de boot en schuiven daarna weer aan bij Nico en Wilma in ‘The Mermaid Inn.’ Op de boot eten we op mijn verzoek pizza, die ik zelf in de oven stop, zodat Nico en Wilma ook nog een keer mogen afwassen deze reis, maar houd er wel een klein brandwondje aan over. Achja ik kan natuurlijk ook niet helemaal zonder wonden en littekens terugkomen, anders denkt men helemaal dat het alleen maar vakantie is. Na het eten wil ik nog wel even de kant op, maar Miklós niet en dus rustten we maar wat uit op de boot, wat ook wel lekker is. Ciao!

zondag 16 juli 2006
Even een redelijk lui dagje. Pas in de middag gaan Miklós en ik de kant op om even te internetten. In het ‘Tregarten Hotel’ hadden we gister voor tien pond (€1,40=£1,-) 24-uur internet gekocht en konden daar nu nog even gebruik van maken. Het is goedkoop in vergelijking met het één pond per kwartier tarief van de computers die er al staan, maar nog steeds belachelijk veel. Als ik klaar ben gaat Miklós op de computer in ik op mijn PSP. Nico en Wilma zouden naar het hotel komen, om ook nog even te internetten, maar waren een beetje laat. Ik liep dus even naar de kade en daar kwamen zij net aan. Het was nu helemaal laag water en ze konden zelfs peddelend niet bij de ladder komen, waarvan de onderkant was drooggevallen. Ik liep op blote voeten de lange ladder af en stapte in het koude water om de boot naar de kant te trekken. Het water is hier veertien graden en dus zestien graden kouder dan in de Carieb, dus was het opzich wel koud, maar ik kon er in staan. Al gauw stonden ze op het droge en liepen we met z’n drieën naar het hotel. We dronken nog even rustig wat en liepen daarna door het dorpje. Natuurlijk haalden we weer even een ijsje en gingen weer aan een picknicktafel zitten. Het was weer prachtig weer, dus erg veel haast hadden we niet. Als we weer verder gaan, gaan we op zoek naar een restaurantje voor vanavond. Als een bar/restaurantje een pooltafel heeft en Miklós en ik daar wel even willen spelen gaan we daar gelijk eten. In ‘The Bisshop & Wolf’ poolen Miklós en ik erop los en gaan dan naar boven, naar het eetgedeelte. De steaks blijken op te zijn, maar voor mij maakte dat niks uit, want mijn keus viel toch op een hamburger. Het eten is lekker, maar vooral Wilma is niet weg van het tentje. Na het eten poolen Miklós en ik weer verder en laten ons even later ophalen door Nico. Op de boot gaan we al gauw slapen, morgen weer een dag. Ciao!

zaterdag 15 juli 2006
Een datum die wel wat losmaakt, het is namelijk precies een jaar geleden dat we Zaandijk verlieten en op reis gingen. Alweer een jaar geleden dus, maar we kijken er met erg veel plezier naar terug en natuurlijk hebben we nog genoeg leuks voor ons. Als we in de middag een ijsje op de kant halen en op een mooi grasveldje aan een picknicktafel uitkijken over de baai, praten we over de reis. Het is fantastisch geweest, daar zijn we het allemaal over eens en ook over de levenservaring die we allevier hebben opgedaan. Ook het geskipte leerjaar wordt absoluut niet als een probleem gezien. Het is “schooling otherwise” zoals de Engelsen het noemen, dus je leert andere en volgens mijn denkwijze nuttigere dingen. Ik kan tenminste vertellen waar de Caribean ligt in plaats van te roepen dat ik het alleen uit de film ‘Pirates of the Caribean’ ken. Zo wordt je topografische kennis toch even bijgeschaafd. Ik ben namelijk lang niet de enige die geen idee had waar de Canarische Eilanden nou eigenlijk lagen of wist dat Suriname niet in Afrika lag. Sommigen zullen denken ‘nou ik wel’, maar vertel mij dan maar eens waar de Kaap Verde ligt en waarom je geen rietje of een broodje kip in het Spaans moet bestellen. Leerplichtambtenaren zouden verplicht zo’n reis moeten maken, dan snappen ze ook eens waar ze mee bezig zijn en waarom mijn “sociaal vlak” niet sterk achteruit maar met sneltreinvaart vooruit gaat. Zo kan ik nog wel even doorgaan, maar dan wordt dit verslag langer dan een oversteek. Om het te vieren gingen we uit eten in ‘The Mermaid Inn’ en proostten op het mooie jaar. Na het eten keren we terug naar de boot en vallen in slaap op een heerlijk stilliggende boot. Ciao!

donderdag 6 juli 2006 tot vrijdag 14 juli
De derde en laatste oversteek dus! Zoals altijd vertrekken we pas rond het middaguur, want vroeg weggaan heeft toch geen nut op zulke tochten. De stemming is erg relaxt. De állerlaatste handelingen worden verricht, totdat het moment komen dat we elkaar een goede reis wensen en de trossen losgooien. Iedereen maakte nog wel even een foto van de andere boten als aandenken. Als eerste vaart de Oceans4 uit, dan volgt de Silencio, de Catch22 en als laatste kiest ook de Schorpioen met Wouter en Saskia het ruime sop. Er staat amper wind, dus beginnen we op de motor, maar niet getreurd, onze zeer snelle eerste oversteek begon ook zo! Het windloze begin werd ook ruimschoots goedgemaakt met een levenservaring, namelijk walvissen en hoe. We voeren zonder dat we het wisten recht op ze af en later bleek dat er jongen bij waren en daar was mamma-walvis natuurlijk niet blij mee. Ik zat binnen toen ik geroepen werd en stormde dus naar buiten. Ik keek natuurlijk meteen om de buiskap heen en het eerste wat ik zag was een onvergetelijk fenomeen. De bijna twintig meter grote walvis sprong in z’n geheel uit het water en kwam nog geen tien meter naast de boot weer met een onvoorstelbare klap in het water terecht. Ik wist niet wat me overkwam. Wel was dit een aardige hint dat we moesten uitwijken, want als we tussen de moeder en haar jong in zouden komen, dan was er waarschijnlijk weinig overgebleven van de Oceans4. Wij weken dus uit en zagen ze aan bakboordzijde voorbij gaan, terwijl de moeder met haar staart hard op het water klapte, het signaal dat ze zich bedreigd voelen. Hier hielden we erg mooie foto’s aan over en natuurlijk de ervaring. Ook de dolfijnen lieten zich in grote getallen zien. Verschillende groepen van tientallen dolfijnen zwommen langs de boot, richting Terceira, wat natuurlijk ook nog steeds leuk is om te zien. Met alle beelden nog vers in het geheugen gaan we de nacht in. Vele andere dagen kregen we ook bezoek van dolfijnen, waar je toch elke keer weer vrolijk van wordt. Één keer was helemaal bijzonder. Ineens zwommen er eenstuk of vijftig ‘gewone dolfijnen’ om de boot. Deze zijn vrij klein, zo’n meter groot, grijs bovenop en hebben felwitte buikjes met lichtgele randjes eromheen. Een stuk of twaalf zwommen recht onder de boeg, een heel gekrioel dus. In zo’n groot aantal hadden we ze nog niet gezien en waarschijnlijk zwommen er nog wel veel meer in de omgeving. Wat deze groep ook zo bijzonder maakte was het bezoek van “Wally” de Gramper. Grampers hebben het meeste weg van een walvis, maar houd een beetje het midden tussen een walvis en een uit de kluiten gegroeide dolfijn. Ze kunnen maximaal 3,8 meter lang worden, maar dit jonkie was ook al rond de twee meter. Dat maakte de relatief kleine ‘gewone dolfijnen’ dus zo bijzonder, ineens lijken ze voor je gevoel heel klein. De naam Wally hebben we trouwens zelf gegeven, aangezien we eerst dachten dat het een walvis was en Wally de Walvis wel aardig klonk. Wat Wally ook erg bijzonder maakte waren de, je zou kunnen zeggen artistieke krassen op z’n lichaam. Ze waren felwit net als z’n buik en maakte het beestje nog mooier. Daarbij kwamen de vreselijk schattige oogjes (nouwja ogen) die naar Miklós en mij keken terwijl we op de punt stonden. Hij keek een paar keer en daarna sprong hij vlak voor de punt uit het water en maakte ons aardig nat, maar dat vonden we niet erg. Ook met z’n staart spatte hij nog een paar keer onze kant op en wij vonden het bijzonder om te zien. Hij rolde ook nog een paar keer om en al dit speelse gedrag was simpelweg fántastisch. Hij bleef zo’n twee uur bij onze boot. Zolang hadden we nog niet meegemaakt. We hoopten ook de grotere versie van Wally te zien, maar die bleven op zo’n 40 meter of verder van de boot. Wel zag ik in het begin een énorme rug boven water komen, zo’n 20 meter van de boot. Dat was vast z’n moeder of een andere walvis, maar die is daarna spoorloos verdwenen. Tot zover alle beestavonturen. Een andere leuke gebeurtenis gebeurde op een kwart van de tocht. Er kwam een boot met enorme halfwinder onze kant op en voer uiteindelijk vlak langs ons. Dit was een 60 voet (18,3m) Maximus, een raceboot die met deze wind alles uit de kast haalde. Hij voer naar schatting zo’n 25 knopen tegen de 7 van ons, dus wedstrijdje houden had niet echt zin. Hij vaart ongeveer zo hard als een flink containerschip. Het zou mij wel leuk lijken om met zo’n schip een tanker in te halen! Maar ook zij hebben daar wel deze wind voor nodig, schuin van achter en een knoop of 15. Op de helft maakten we ook wat leuks mee. Op het SSB-radionetje van 20:00, tussen ons en de drie andere boten die gelijk met ons zijn vertrokken, zongen Micheal en Ilona van de Catch22 een halverwegelied, gemaakt door Ilona. Dit idee kwam voort uit een schema dat ze gemaakt had, waar ze dingen op schreef om te doen, om de tijd te doden tot ze er zijn. Hier volgt het lied wat ze voor ons gemaakt hadden op het melodietje van ‘We zijn er bijna!’. We konden het gedeeltelijk verstaan over de radio, maar goed genoeg om te horen waar het over ging en dat was over dat we zo snel gingen. Ik vond het een prettig idee te weten dat er drie boten achter ons voeren die minder snel dan wij gingen. Het is jammer voor hun, maar alleen de gedachte eraan maakte me al blij. Hoewel deze tocht natuurlijk de helft van de andere twee is, blijft het een flink eind en het is de tweede in korte tijd natuurlijk. Alle beetjes helpen dus om het zo snel en comfortabel te laten verlopen. Ik doodde veel tijd met mijn PSP en ook Miklós heeft er een paar keer op gespeeld. Thuis vind ik dit soort gameboy achtige dingen niet erg interessant, of heb ik er amper tijd voor, maar deze reis is het af en toe erg handig dat je met zoiets heel goed de tijd kan doden. Natuurlijk luisterde ik ook veel muziek, werden er spelletjes gespeeld (vooral ‘Mens Erger Je Niet’) en werden er boeken gelezen, maar lang niet zoveel als op de andere oversteken. Door het goede weer wat we hebben gehad was het ook erg comfortabel, wat natuurlijk ook niet onbelangrijk is. Met zwaar weer kan je natuurlijk veel minder en lig je als je pech hebt alleen maar misselijk op de bank. Dit bleef ons dus bespaard. Wel waren de wachten wat drukker doordat je toch dichterbij Europa vaart. Vooral aan het eind werd het druk, maar dat kwam ook doordat er om het eiland St. Mary’s op de Scilly’s, waar wij heengaan, drie “shippinglanes” liggen. In deze speciale banen ,die op de kaart staan aangegeven, moet de beroepsvaart varen, zodat het overige verkeer minder last heeft van grote containerschepen die overal varen. Deze banen liggen vaak mijlen uit de kust, zodat kleinere boten veilig tussen en om de eilandjes kan varen. Maar in deze “lanes” hebben de grote jongens wel voorrang en wordt het overige verkeer verzocht deze recht over te steken, dus zo min mogelijk in de weg te liggen. Wij hadden niet zozeer last van de drie shippinglanes, want wij konden ze makkelijk ontwijken, maar meer van de schepen die daar uitkwamen. Na het stukje shippinglane zijn ze weer ‘free to go’ en gaan dus wel weer alle kanten op. Zo haalde Nico mij uit m’n kooi om hem te helpen met vijf grote jongens die om ons heen zaten, waarvan er één recht achter ons voer en op ons af kwam. Hij had ons gelukkig op tijd gezien en voer om ons heen maar wel binnen een afstand van twee mijl, terwijl 3 mijl de norm is, maar ik kon me er niet druk om maken. Toen het weer rustig was ging ik nog even slapen voor het mijn wacht was. Op mijn wacht zag ik drie uur helemaal niks, zelfs niet op de radar, maar toen ik Wilma wilde wekken en nog even op de radar keek, zaten er ineens drie op het scherm. Ze duiken ineens op en zijn ook snel weer weg. Na deze drukke nacht was dan wel de dag van aankomst en dat was wel een fijn gevoel. Ik werd wakker toen we al tussen de rotsen voeren en een uur later kwamen we aan in de baai van Sint Mary’s. Het oogde vreselijk Engels en dat bleek het later ook te zijn. In de baai legden we de boot aan een mooring. De moorings lagen erg dicht op elkaar en vaak lagen er twee boten aan elkaar en ook allebei weer met een touwtje aan de mooring. Op onze plek pikte ik de mooring op en werd het touw erdoor gehaald. Schuin voor ons lagen Nederlanders, die ons vertelden dat het nog niet mis is gegaan, hoewel je bijna bij je achterburen aan boord kan springen. Al snel pompen Miklós en ik de dinghy op en wordt ie te water gelaten. Ik maak het met Nico af terwijl Miklós alvast gaat douchen. Als de peddels en de motor erop zitten ga ik ook nog even douchen, trek een lange broek, een vest en schoenen aan en wat duurt het toch weer lang voor je de kant op kan. Het Caribische korte broek-shirtje-slippers-outfit is toch wel makkelijker en sneller. Op de kant leggen we het bootje vast en lopen door het dorpje. Zoals ik al zei, het is zo Engels als wat. De meeste huisjes zijn arbeidershuizen en zoals de vooroordelen zeggen zijn de voortuintjes van de Engelsen tot in de puntjes mooigemaakt en kortgeknipt. Als we een restaurantje binnenlopen is het ongelooflijk stil alsof de kok is overleden. We kunnen over een klein halfuurtje terecht en lopen daarom nog maar een rondje door het mooie dorpje. De netheid werkt een beetje op m’n zenuwen, maar het zal wel een kwestie van wennen zijn. Ook heb ik het gevoel dat Harry Potter en zijn vrienden elk moment ergens uit komen flitsen. De Ligusterlaan is hier niks bij. Terug in het restaurantje gaan we aan een mooi rond tafeltje zitten en rustten uit van de tocht. Het eten is fortreffelijk, maar er staat wel een Franse chef in de keuken. Het is weer eens wat anders dan de patatmaaltijden en luidruchtige overvolle kroegen van de Caribean. Ik heb toch voorkeur voor de wat gezelligere drukke tenten. Vaak ontmoet je er weer wat mensen, wat altijd leuk is. Maar aan de andere kant is deze rust na een oversteek ook wel lekker. Na het etentje keren we terug naar de boot. Blijf nog tot een uur of drie wakker omdat ik pas om 13:00 wakker werd en viel toen ook eindelijk in slaap. Ciao!

woensdag 5 juli 2006
De voorbereidingen zijn ’s ochtends al in volle gang en zo loop ik de steile heuvel op naar een tankstationnetje, met een havenkarretje met daarop drie jerrycans. Één van ons en twee van de Silencio. Als ik er aankom blijkt het slechts uit twee pompen, een gebouwdje van twee vierkante meter te bestaan. Een mannetje van rond de zestig komt uit het hokje en helpt me met het volgooien van de jerrycans. Ik wil hem natuurlijk helpen, maar dat mag niet. Hij spreekt geen woord Engels, maar dat is ook niet nodig. Diesel kost hier 82 cent per liter, wat vrij weinig is. Als de man klaar is geef ik hem nog een fooitje mee, waar hij erg dankbaar voor is en loop ik weer de heuvel af. Terug op de haven is Frank me dankbaar voor het halen. Ik zet onze jerrycan bij ons aan boord en loop een stukje het stadje in, want ik mocht voor het halen een ijsje halen. Ik kom Nico en Wilma tegen op het terras van een cafeetje en laat het ijsje op hun rekening zetten. Terug op de haven stap ik bij de Silencio aan boord, waar Franks verjaardag wordt gevierd met taart. Ik zie dat iedereen aan de reling staat en ga kijken wat er gebeurd. Frank ligt in het voor ons koude water (20 graden) even wat preventief werk te doen voor de tocht naar Engeland. Ben je jarig en dan moet je nog klussen in koud water! Gelukkig staat hij na een paar minuten weer op het droge en is iedereen er om de lekkere taarten op te eten. Als iedereen uitgekletst en voldaan is gaan de voorbereidingen verder. Esmeralda, Rachelle en Janine gaan de stad in om nog even goedkoop te shoppen en ik besluit mee te gaan om dezelfde reden. Het is een mooie stad, dus zeker leuk om doorheen te lopen. Helaas blijkt al gauw dat hier de mannen-vrouwenwinkelverhouding nogal scheef ligt, zo’n 80% vrouwenwinkels tegen 20% mannenwinkels. Maar toch koop ik een mooi shirt met lange mouwen bij de winkel van het bekende Peter Sports café op Horta. Op Horta hebben ze ook een winkel van het café, maar deze is bijna twee keer zo groot, hoewel hij dus op Terceira staat. Om een uur of zes keren we terug naar de haven, waar ik met Miklós snel ga douchen, voordat de douchefaciliteiten sluiten. Alles behalve de restaurantjes met tv sluiten vandaag extra vroeg door de voetbalwedstrijd van 19:00 lokale tijd. Ik vind het fantastisch dat dat gewoon kan. In Nederland zouden we het belachelijk vinden dat zelfs de autoriteiten gewoon eerder naar huis gaan om de WK-wedstrijd te volgen. Om half zeven is alles dus gewoon dicht en zit iederen voor de buis. Wij willen natuurlijk ook de wedstrijd niet missen en daarom gaan we met z’n allen naar de yachtclub. Helaas moeten we wel buiten zitten, want alle tafels binnen zijn al gereserveerd door de locals. We kijken erg schuin op het beeld, maar daardoor is de lol niet minder als Frankrijk Portugal naar huis stuurt. Iedereen gaat op tijd weer terug naar de boten om goed uit te rusten voor morgen. Het duurde kort, maar leuk was het wel om nog even dit leuke haventje op Terceira te zien. Morgen dus oversteek nummer drie! Ciao!

dinsdag 4 juli 2006
De slaperige hoofden komen uit het luik en diezelfde slaperige hoofden gooien om 06:00 de trossen los en varen de Oceans4 de wateren van de Azoren op. Na een uurtje zeg ik dat ik ga pitten en dat ik in de middag wel uitkijk hou. Gelukkig voor mij, maken ze me niet wakker en zo kom ik pas weer 70 mijl verderop voor de haveningang het luik uit. Het zeil wordt naar beneden gehaald, de lijnen op het dek gelegd, de stootwillen opgehangen en dan leggen we hem aan de meldsteiger aan. Terwijl Nico de papierwinkel doorgaat, ontmoeten wij Micheal en Ilona van de Catch 22 die na een mislukte oversteek naar La Coruña weer teruggekeerd zijn naar Terceira. Ook de Schorpioen ligt hier en ze komen ook net aanwandelen. We maken gezellig een praatje met ze terwijl we zien hoe ook de Silencio binnenkomt. Als Nico klaar is varen we naar onze box, terwijl de anderen alvast naar de yachtclub gaan, waar Duitsland-Italië uitgezonden wordt. een tijdje later zitten we ook met de Silencio naar de wedstrijd te kijken. We zijn blij als we zien dat Duitsland eruit geschopt wordt, eindelijk verloopt een wedstrijd zoals wij dat wensen. Al onze favorieten zijn namelijk al naar huis. Er wordt gezellig wat gedronken en om 0:00 proosten we op Franks (Silencio) verjaardag. Na nog een paar rondjes keren we terug naar de boten en vallen we heerlijk in slaap. Morgen blijven we hier nog liggen en bereiden we ons voor op de ruim 1100 mijl lange tocht naar de Scilly’s (je zegt Silly’s of op de foute manier Skilly’s), een eilandengroep 70 mijl ten zuidwesten van Engeland. Overmorgen gaan we dus alweer verder, ow wat gaat de tijd toch veel te snel. Nog even genieten dus! Ciao!

Terug naar Yoricks dagboek